Aldi
(een gastbijdrage van Tjerk Muller) Mooi moment bij de kassa: Hennie, de cassière van midden dertig, sliertig haar en foute bril, is zichtbaar vermoeid. Er is iets misgegaan met het afrekenen van de klant, een moslimse dame drie plaatsen vóór mij. Gevoelsmatig twee plaatsen, aangezien de twee studenten vlak voor me hun winkelwagen delen.
Hennie roept Samira erbij – eind twintig, hoofddoek, een grove, rooiboskleurige trui die hard contrasteert met de zachtheid van haar gelaat. Of deze nog een ‘drietje’ voor Hennie heeft. “Ik heb nog een «drie» voor jouâ€Â, antwoordt Samira. Cassièregeheimtaal. Geen idee waar het over gaat. Hoe ironisch, dit kleine tafereel van integratie. Volmaakt Nederlands, en nog begrijp ik het niet. Ik voel me alsof ik een uitheems gesprek op de Haagse markt beluister: een volslagen buitenstaander.
Hennie concentreert zich weer op de eerste klant, ‘Mag ik dat halfje volkoren van u?’ De vrouw overhandigt het brood. Klik. ‘En de croissants?’ Klik. ‘Dat is dan vier euro drieëntachtig.’ Hennie is op. ‘Ik weet niet wat het is vandaag’, verzucht ze: ‘Ik heb er gewoon geen zin in.’ ‘Dat is de maandag’, weet Samira. De Boomtown Rats drijven mijn hoofd binnen. Volgens Hennie heeft het met de dag echter niets te maken. ‘Ik zal blij zijn als ik zo weg kan’. ‘‘Je moet nog een ruim half-uur’, plaagt Samira.
De klant glimlacht onverholen onder het betalen. De knapen voor mij grappen onder elkaar. Zelf geef ik me over aan een moment van genot om de multi-etnische samenleving. Het komt wel goed.
wat komt goed?
Het komt wel goed met de multi-etnische samenleving. Er wordt keer op keer herhaald welke problemen onze maatschappij kent. Theo van Gogh, achterstandswijken, zwarte scholen, drop outs, hangroepjongeren, marokkaans machogedrag; de Hofstadgroep. Zo’n gebeurtenis toont voor mij aan dat op het niveau van het alledaagse leven, blanken en kleurlingen heel wel met elkaar kunnen omgaan; dat het stereotiepe beeld van de islamitische vrouw die zich bij de kassa niet verstaanbaar kan maken niet klopt.
Ik heb meer van dat soort ervaringen. Wanneer ik marokkaanse meiden, hoofddoek en al, in perfect nederlands met elkaar hoor praten over onderwerpen en op een toon die volkomen identiek is aan die van hun hollandse leeftijdgenoten, bevestigt dat, dat er wel degelijk cultuuroverdracht plaatsheeft.
Heel geïntegreerd was ook de discussie die ik vorige week in de trein hoorde tussen 3 Turkse vriendinnen op weg naar school in Utrecht. Volmaakt onverstaanbaar, op de stopwoordjes na: “….., weet je.”
Je hebt mij niet horen beweren dat het leven perfet was. Maar die stopwoordjes zijn wel fantastisch, toch?
beste Tjerk, ik ken de ervaring, maar ik deel je enthousiasme niet. evenmin geloof ik in het tegendeel van wim jan’s stopwoordjes. (on)verstaanbaarheid in woord en gebaar zegt niets over ons eventueel wel of niet geïntegreerd zijn. dat is allemaal zo contextueel. ik ben ook niet geïntegreerd met de autochtone bouwvakkers bij ons achter, maar misschien op sommige momenten wel. we leven met elkaar, langs elkaar, naast elkaar, zonder elkaar.