Godslastering?
‘Slagers hebben slagershumor, jullie theologen hebben theologenhumor’, legde een gereformeerde vleesverwerker me eens uit. Misschien dat ik daarom toch wel kan lachen wanneer mijn geloof middels een grap bekritiseert wordt. Al is het toch ook wel even slikken.
Godsdienstkritiek, het bespotten van iconen en heilige huisjes; het blijft een tere zaak. Zo maakten christenen hier ten lande zich bijvoorbeeld boos om de serie ‘God bestaat niet’, door Muntz en Van de Wint (2005).
Voor moslims is deze vorm van kritiek nieuw. Voeg daar het verbod om de profeet af te beelden aan toe, en men begrijpt de internationale commotie iets beter die de spotprenten van Mohammed in de Deense krant Jyllands-Posten opriepen. De reacties liepen uiteen van een eis om excuus tot aan een prijs op het hoofd van de cartoonisten en terreurdreigingen.ÂÂ
Soms kan godsdienstige spot ook een maatschappelijk doel hebben, zoals het onder kritiek stellen van de weinig christelijke politiek van de meest wedergeboren president van de VS sinds Ronald Reagan.
Waarschijnlijk ben ik als gelovige in staat te lachen om al dit soort iconoclasme omdat ik die iconen en godsbeelden niet samen laat vallen met God zelf. Het stukslaan van die denkbeelden is dan ook vergelijkbaar met het kapot smijten van afgodenbeelden; iets dat steeds in alle grote religies is gebeurd. In mijn religie bijvoorbeeld door de protestantse kerkhervormers.
In ieder geval toont bovenstaande spot en de reacties daarop aan, hoezeer religie een diepgevoelde inspiratiebron voor mensen is, waar ook in de 21e eeuw voluit mee gerekend dient te worden.
jammer, goeie danser die jezus.
Wij lezen in het Wetboek van God, de Bijbel in Mattheüs 12:31: Daarom zeg Ik [Jezus] u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest [Jahweh, God de Vader] zal den mensen niet vergeven worden.