Cijfers spreken de waarheid. Cijfers bepalen de toekomst. Ben je geen cijfer, dan besta je niet.
Wie budget voor een investering wil krijgen, maakt tegenwoordig eerst een kloeke business case. Dat is niets anders dan een handig ingevulde spreadsheet waarbij je met het liefst zo veel mogelijk kerngetallen lenig omspringt met de werkelijkheid. Hoe duizelingwekkender de cijferbrei, hoe groter de kans van slagen.
Met deze gang van zaken is op zich niet zoveel mis, zolang vakinhoudelijke deskundigen de cijfers opstellen of toetsen. Hun gevoel bij de getallen zegt namelijk meer dan 1000 trendlijnen.
Worden deze experts echter niet geraadpleegd, dan leidt het geloof in de becijferde werkelijkheid tot grote miskleunen, zoals we vandaag kunnen lezen in een interessant opiniestuk in Trouw. Volgens de schrijvers, Hans Goslinga en Marcel ten Hoven, komt dit steeds vaker voor in Den Haag.
De beleidsmakers geloven heilig dat hun cijfers een objectieve weergave van de werkelijkheid zijn. Zonder verder te beschikken over kennis van de gang van zaken op bijvoorbeeld een school of een ziekenhuis, maken ze hoogst ongelukkige keuzes gebaseerd op een statistische schijnwerkelijkheid. In de woorden van Fortuyn: “Jullie praten over mensen die niet bestaan. Jullie werkelijkheid bestaat niet.”
Wat mij betreft stopt Den Haag daar direct mee. Gebruik getallen als een hulpmiddel bij het beleid, maar baseer je keuzes vooral op het advies van professionals. Kijk daarna weer naar de statistieken: je zult versteld staan van de opgaande lijn.










Nieuwe religie? Volgens mij niet. Meten is weten. Maar dat is inderdaad niet genoeg. De presentatoren van het weerbericht hebben dat al langer door: niet alleen de instrumenteel gemeten temperatuur wordt vermeld, ook de gevoelstemperatuur wordt meegedeeld.
De door cijfers weergegeven werkelijkheid is vaak genoeg een andere dan mensen zeggen te ervaren.
Echt tellen (dus stuk voor stuk, feit voor feit) vind ik wat reëler dan perentages. Je kan 5 zaken geteld hebben en de verhouding tussen de eerste 3 en de volgende 2 weergeven als 10 en 90 procent. Je hebt dan wel over iets anders bij een meting van 1000 zaken.
Zo is een ruime 60 procent van de VVD-leden voor Verdonk. Hoe zit dat als je het aan alle (meer dan 16 miljoen) Nederlanders vraagt?
Meten is weten: alleen als je goed meet…