Een paar weken geleden schreef ik over een Verdonkere kerst: Nederland als een benauwde kerststal zonder deuren en ramen. Niemand naar binnen, en de mensen die binnen zitten kijken niet naar buiten. Inmiddels lijkt het tij wat betreft immigranten in Nederland een beetje te keren. In de NRC van zaterdag stond een groot artikel van Halleh Ghorashi, Ruud Lubbers en Naema Tahir. Zij pleiten voor een herwaardering van de bijdrage van migranten aan de Nederlandse samenleving en… aan hun eigen samenlevingen. Hun perspectief is verfrissend en veelbelovend, maar roept ook vragen op. Ruud Lubbers behoeft verder geen uitleg, Halleh Ghorashi is hoogleraar ‘management van diversiteit’ aan de Vrije Universiteit, en Naema Tahir is juriste en werkt bij het Europees Hof van de rechten van de mens.
Zij voeren allerlei heel steekhoudende argumenten aan voor hun standpunt: het huidige migranten beleid in Nederland schend de mensenrechten, migranten bieden kennis en arbeid die Nederland hard nodig heeft, en zij helpen mensen in hun eigen land via het geld en de kennis en vaardigheden die zij terugsturen naar hun land.

Zij pleiten dan ook voor een andere manier van kijken naar migratie waarbij de termen ‘participatie’ en ‘transnationaal burgerschap’ centraal staan. Met participatie bedoelen ze dat Nederland migranten en Nederlanders moet aanmoedigen om deel te nemen aan de samenleving. In plaats van het huidige inburgeringsbeleid, dat erg gericht is op ‘Nederlander worden’ en eigenlijk uitgaat van assimilatie, biedt participatie wel ruimte aan de eigen culturele en religieuze achtergrond.

Het vroegere multiculturalisme dat de laatste jaren dankzij Pim Fortuyn in het verdomhoekje zit, liet toe dat mensen zich opsloten in hun eigen gemeenschap en onverschillig bleven ten opzichte van elkaar. Het ‘participatie-model’ zou mensen moeten aanmoedigen om vanuit hun eigen achtergrond open te staan voor elkaar en elkaar met interesse tegemoet te treden.

‘Transnationaal burgerschap’ slaat op de gevolgen van globalisering: steeds meer mensen gaan weg uit hun geboorteland om elders hun leven op te bouwen, en sturen geld naar huis. Migratie is niet meer een uitzondering, maar is normaal. Voor veel Nederlanders is dit nog een onwennig idee, maar voor miljoenen mensen is de ervaring van migratie een normaal onderdeel van hun leven en de economische werkelijkheid waarin zij zich staande moeten houden. Helaas zijn staten hier nog niet op ingericht, en blijft het modderen met verblijfsvergunningen als je het verkeerde paspoort hebt.
Netwerken van deze transnationale migranten vormen een belangrijke overlevings-strategie op verschillende manieren: allereerst migreren mensen natuurlijk omdat zij denken een beter leven elders te kunnen opbouwen, of elders meer geld te kunnen verdienen. Met het geld dat zij naar huis sturen helpen zij hun familie. Maar de netwerken van migranten zijn er ook om elkaar te helpen: nieuwe migranten aan een baan te helpen, op te komen voor de belangen van migranten, het creeeren van een ‘home away from home’.Religieuze netwerken spelen ook vaak een belangrijke rol.

Soms ontwikkelen deze netwerken initiatieven om zich meer systematisch met de situatie in hun land van herkomst te bemoeien, door structurele hulp te bieden. Ik ken bijvoorbeeld een netwerk van Filipino’s die elk jaar een ‘medical mission’ organiseert in de Filippijnen om iedereen uit de omgeving gratis medische en tandheelkundige hulp te bieden. Mensen uit dorpen in de wijde omtrek komen eens per jaar om eindelijk die dure operatie te laten uitvoeren, of hun kiezen te laten trekken.

Desondanks blijft het een feit dat migratie de Nederlandse samenleving bedreigt, zoals Verdonk en haar aanhangers ons maar onder de neus blijven wrijven. Maar, en dat is paradoxaal voor een liberaal als Verdonk, het is vooral waar omdat Nederland een verzorgingsstaat is, gebaseerd op een zekere mate van inkomensverdeling. Iedereen die in Nederland woont, kan aanspraak maken op een uitkering, op een ziektekosten verzekering etc.. Dat wordt betaald uit belastingen.
Ongelimiteerde migratie zou op een catastrofe uitlopen, tenzij we Nederland vergaand zouden liberaliseren, de bijstand en andere sociale voorzieningen afschaffen. Dat zou betekenen dat ook Nederlanders transnationale burgers moeten worden, en gaan waar de arbeidsmarkt voor hen het beste is. Ik denk niet dat er veel Nederlanders zijn die dit daadwerkelijk willen.
Een alternatief dateigenlijk al een feit is, is dat toegang tot sociale voorzieningen alleen voorbehouden is aan bepaalde burgers, en niet aan de ‘transnationale’ burgers. Dit gaat weer in tegen de idealen van individuele vrijheid en gelijke kansen dat dat deels mogelijk wordt gemaakt in een verzorgingstaat. Een Nederlander is vrij om zich te ontwikkelen los van toestemming en steun van zijn familie, religieuze achtergrond of etniciteit. Maar zoals de laatste jaren pijnlijk zichtbaar wordt: dankzij zijn paspoort. De verzorgingsstaat is alleen mogelijk dankzij uitsluiting.
Migranten zijn voor hun overleven meer aangewezen op hun onderlinge netwerken, gebaseerd op familiebanden of religieuze, nationale en etnische identiteiten. Het economische belang van familie en deze identiteiten nemen door migratie dus juist toe. Wat betekent dit voor de idealen van vrijheid en gelijkheid? Kortom, wat betekent ‘transnationaal burgerschap’ nou eigenlijk? Burgers waarvan, met welke rechten?

Nederland loopt nog ver achter op de realiteit van globalisering. Laten we hopen dat een nieuw kabinet hier verandering in gaat brengen.

Deel met je vrienden:
  • Print
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • eKudos
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ