Nederlandse universiteiten kunnen beter investeren in talent
De grote instituties in het publieke domein zijn een belangrijk obstakel voor innovatie in Europa. Universiteiten kunnen veel beter presteren, als ze maar flexibeler worden, dat zegt Ann Mettler directeur van de Europese denktank The Lisbon Council.
“Onze kenniseconomie draait om human capital. Maar onze universiteiten hebben geen benul hoe je dat aanpakt.†(bron: scienceguide.nl)
Als ervaringsdeskundige moet ik helaas de woorden van Mettler beamen.
Er bestaan twee soorten wetenschappelijk medewerkers aan een universiteit: de haves en de havenots. De haves zijn mensen met een vaste baan: de hoogleraren en de universitaire docenten. De havenots zijn de promovendi en de postdocs.
De haves hebben het goed. Zij kunnen blijven zitten op hun plek tot aan hun pensioen. Natuurlijk zijn er rankings en wordt er gekeken naar prestaties, maar zolang je als vaste kracht niet overduidelijk slecht presteert — matig is ruim voldoende — hoef je voor je baan niet te vrezen.
De havenots hebben een onzeker bestaan. Promovendi en postdocs hebben een tijdelijke baan van meestal 3 à4 jaar. Zij moeten hard werken. Het leeuwendeel van het wetenschappelijk onderzoek wordt door hen gedaan. Maar daar staat niets tegenover. Aan het eind van hun project zijn er meestal geen vervolgtrajecten.
Elk jaar verliezen universiteiten daarom een schrikbarende hoeveelheid kennis en ervaring die in de hoofden van hun promovendi en postdocs te vinden is. Sommige promovendi hebben het geluk dat hun professor subsidie voor een nieuw project heeft gekregen — maar dat is de uitzondering. De meeste Nederlandse universiteiten hebben nog geen structuur ontwikkeld waardoor jonge wetenschappers kunnen doorgroeien naar vastere posities, als zij daar geschikt voor zijn.
Nederlandse universiteiten zouden op twee sporen moeten werken om beter te presteren op innovatie: enerzijds duidelijkere eisen stellen aan hun vaste wetenschappelijke personeel en daar ook consequencties aan verbinden, anderzijds beter management en begeleiding van de wetenschappelijke junioren. Misschien dat zij dan niet alleen meer tot de Europese top zullen behoren, maar tot de wereldtop.
Helemaal niets aan toe te voegen.
Ik moest als student eens een cultuur-onderzoek moeten doen binnen de universiteit. Het verschil tussen de twee werelden is me nog nooit zo duidelijk geworden. Duidelijk verhaal, goed voorstel!