Gastblog van Liesbeth Gresnigt. Liesbeth (29) zit tien dagen in Uruzgan met haar band ‘The Embers’ om daar muziek te maken voor de troepen. Ze doet verslag voor hetkanWel.net.

Vreemd, om omringd te zijn door mensen – veelal mannen- in dezelfde outfit. Meestal straalt er een zekere rust van ze af, waarschijnlijk ingegeven door ervaring, maar heel af en toe zie je een hele jonge knaap, net puber-af, van wiens gezicht de spanning valt af te lezen. Bij ons vertrek vanaf het militair vliegveld te Eindhoven, zag je hun ouders en andere verwanten met precies die uitdrukking op het gelaat. Wat moet dat heftig zijn, denk ik dan, om je kind, nog maar net volwassen, naar een land te laten gaan dat niet alleen ver en onherbergzaam is, maar ook in een bepaalde mate onveilig.

In de vertrekhal in Eindhoven werd mij al snel duidelijk dat er heel wat militairen met ons mee zouden reizen, allemaal in camelkleurige uitrusting. De mannen in het ons bekende groene pak waren er slechts ten uitgeleide. We waren zelf aardig op tijd, wat op zich een hele prestatie is voor een stel muzikanten, als je het mij vraagt. Gelukkig stond Jorrit, onze drummer, wat langer in de file dan verwacht, zodat we toch nog een beetje rock ‘n roll konden uitstralen.

Voor ons ‘burgers’ is in feite alles wat er gebeurd nieuw. We stonden dan ook vooraan met onze camera’s om de commando-overdracht vast te leggen. Alle militairen die werden uitgezonden, stonden keurig in het gelid waarschijnlijk te beseffen dat het nu ging gebeuren. ‘Burger’ zijn is hier vanzelfsprekend min of meer speciaal, maar toch, echt opvallen doen we niet. Wel vraagt men geïnteresseerd wat we gaan doen. ‘Waarom jullie?’ vroeg een militair mij. Tsja, die vraag is lastig te beantwoorden. Het is op ons pad gekomen en we hebben er direct voor gekozen om het te gaan doen, unaniem zelfs. Toen hij benadrukte dat het feitelijk toch niet uitmaakte wat voor muziek we zouden maken, was ik even verbaasd. ‘Nee natuurlijk’, zei hij, ‘gaat het erom dat er twee vrouwen bij zijn die zich bij voorkeur hullen in zo weinig mogelijk’. Ik verschoot letterlijk van kleur. Naïef, ik weet het, heb ik altijd gedacht dat ik mensen zou kunnen raken met mijn stemgeluid, niet puur op basis van mijn ‘vrouw-zijn’. ‘Zo, dan weet je meteen in wat voor wereld je je begeeft’, voegde hij er nog gezellig aan toe. Ik wist niet hoe snel ik richting de WC moest komen. Heerlijk, zo’n vliegtuig WC.

Gek, een perfect verzorgde chartervlucht met alleen maar militairen erin. En wij. Het ging er heel gemoedelijk aan toe. We werden bijvoorbeeld van harte uitgenodigd om even in de cockpit te komen kijken. Ik voelde me net weer een klein meisje. We hingen boven de Zwarte Zee, zo begreep ik van de pilote. Helaas niets van de bewuste zee gezien, maar wel een gezellig gesprekje gehad met de vliegers, die erg geïnteresseerd waren in het doel van onze reis. Omdat ze niet van Defensie waren, wisten zij niets van het beleid om entertainment in de uitzendgebieden te verzorgen. Wij ook niet, nog maar een paar maanden geleden.

Ik begrijp nog steeds niets van alle rangen van de medepassagiers. Ik heb John, onze begeleider van Defensie, er wel naar gevraagd, maar ik begrijp dat je er een hele studie naar zou kunnen doen. We hebben ook gevraagd wat de militairen nu precies gaan doen in Uruzgan. ‘Zo weinig mogelijk’, was het eerst antwoord dat ik kreeg. Dat zei de man die het eerder ook over schaars geklede dames had, dus mijns inziens geen antwoord om serieus te nemen. Later vernam ik dat ze in feite een generaal aldaar gaan faciliteren. In de zin van kopjes thee en dergelijke, zo stelde hij, maar ik kan me voorstellen dat het iets meer inhoudt dan dat. Van spanning is bij de militairen in het vliegtuig weinig te merken. Later, tijdens een tussenstop werd de verandering van omgeving en tijd pas merkbaar. Heerlijk opgewarmd, maar wel wat stoffig werden we gebrieft voor de volgende vlucht. Ook de ‘burgers’ moesten ten overstaan van iedereen de boardingpass komen halen, een scherfvestje uitzoeken en een helmpje passen. Ik voelde me helemaal onderdeel van de club en superstoer toen ik daar stond in de kogelvrije outfit. Echt rennen zit er niet in als je dubbel je gewicht meesjouwt, kwam ik achter.

Ik ben van bruggen en rotsen afgesprongen, heb leren abseilen en steilewandklimmen, maar desondanks moest ik me wel even ergens overheen zetten toen de motoren van de Hercules begonnen te zoemen. Vliegen is één, maar als je echt geen idee hebt wat er gaat gebeuren in een kist zonder ramen… En dan die genadeloze herrie. Geen oordop is daartegen bestand. Maargoed, de angst was snel voorbij na een kijkje in de cockpit en een kletspraatje met de piloot. Toen leek ineens de verveling erger te zijn. Drieëneenhalf uur zitten met een zere rug en een slapende bil is geen sinecure, maar ook wij zijn bikkels, dus we hielden ons groot. De horrorverhalen over deze vlucht waarop we getrakteerd waren verdwenen langzaam op de achtergrond, net zolang tot het weer een geweldig avontuur was. Wanneer maak je dit nu mee??

Deel met je vrienden:
  • Print
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • eKudos
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ