Gastblog van Liesbeth Gresnigt. Liesbeth (29) zit tien dagen in Uruzgan met haar band ‘The Embers’ om daar muziek te maken voor de troepen. Ze doet verslag voor hetkanWel.net.
Als na zo’n daverend optreden direct een volgend avontuur begint op een uur of twee slaap, lijkt de wereld er voor ons nog surreëler uit te zien. De helicopter vloog ons om half zeven naar Deh Rawod, onze volgende bestemming. Met een vrouwelijke en een mannelijke piloot en twee heren ter verdediging hadden we een topteam, zoals ook zijzelf vonden. Ze loodsten ons met de nodige humor fantastisch door de bergen en de prachtige valleien die dit land rijk is. Ik was verbaasd door het zien van zoveel schoonheid. Het is dan wel onherbergzaam hier, het is tegelijkertijd ook indrukwekkend in al zijn vormen. Een prachtig stuwmeer, met uitlopende rivieren, geweldige rotspartijen en zelfs een blik op de bevolking, hun nederzettingen, de akkers en de dieren.
Bij aankomst kregen we een rondleiding over het kamp, door alweer een ontzettend vriendelijke militair. We voelden ons direct welkom. Het kamp hier is veel kleiner en er is nauwelijks gemotoriseerd vervoer op het pleintje waar we slapen. Ook kun je genieten van een prachtig uitzicht, wat maakt dat je je minder opgesloten voelt. Rondom het kamp doemen de bergen op en zelfs een quala met een bloemenveld ervoor. Duidelijk is wel dat men hier de poort uitgaat. Ze hebben hier een gedenkplaats voor de omgekomen militairen en ik moet zeggen – het kan ook door de uitputting komen – dat het me nogal aangreep. Je realiseert je dan pas echt wat die jongens hier aan het doen zijn. En dat maakt de vraag of het iets uitmaakt wat ze doen voor de toekomst van dit land nog prangender. De meeste jongens hier die het veld in gaan zijn jong. En dan niet zomaar jong, maar echt net puber-af. Realiseren zij zich waarvoor ze getekend hebben? Moet je hen niet tegen henzelf beschermen. Is het het avontuur dat ze lokt, of hebben ze echt een sterk gevoel van rechtvaardigheid kunnen ontwikkelen in het kleine aantal jaren dat ze leven. Zijn ze bereid te sterven om een ander een reikende hand te kunnen bieden. Laten we eerlijk zijn tegen elkaar: we willen toch allemaal leven?
Ik hou niet van wapens. Ik kan respect hebben voor de know-how over deze instrumenten, maar ze maken me bang. Natuurlijk vind ik ook dat je jezelf moet kunnen verdedigen, maar dat moet voor mij aan een aantal waarborgen verbonden zijn. We hebben eerder een konvooi zien vertrekken hier, waar ik geen foto’s van heb gemaakt. Ik was eerlijk gezegd te verbaasd en te gefascineerd. Wat een materieel, wat een wapens.
We slapen hier op een slaapzaal met de hele band, een aantal journalisten, wat Afghanen die hier werken en een aantal Australiers die zich bezig houden met wederopbouw. Met een van hen heb ik een uitgebreid gesprek gehad over zijn werk en over de verwachtingen die hij heeft ten aanzien van de toekomst van dit land. Hij is ingenieur en werkt voor een projectgroep die aannemers en overheden in Uruzgan helpt om bijvoorbeeld scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen neer te zetten. Hij vertelde dat ze zoveel mogelijk proberen know-how over te dragen, de mensen hier zelfstandig te maken en geen grote stempel te drukken op de esthetische en constructieve elementen in het gebouw dat moet passen in de omgeving. Hij heeft werkelijk te maken met de Afghanen. Hij vertelde me verder dat de aannemers weleens bedreigd worden door de Taliban, maar dat hij de indruk heeft dat de Afghanen zelf steeds meer zichzelf daartegen verdedigen en dat de steun van binnenuit voor de Taliban kleiner wordt. Wel heb je een lange adem nodig om rust te krijgen in dit land, zo stelde hij. Maar als we die lange adem hebben, dan is hij positief over de uitkomst. Hij is de eerste die ik spreek die zich daadwerkelijk met wederopbouw bezighoudt en die direct in contact staat met Afghanen. Van zijn verhaal krijg ik hoop. Ik besef ook wel dat de Taliban desondanks bestreden moet worden, omdat je anders niet met wederopbouw kunt beginnen. Maar over de wijze waarop en onze bemoeienis als Nederlanders daarmee, ben ik nog niet zeker. Hebben wij die lange adem, kunnen en willen wij de kosten hiervoor dragen, zijn wij daadwerkelijk een speler in het spel, is er echt vooruitgang geboekt? Is het de risico’s die genomen worden waard? Ik heb te weinig informatie om daarover te kunnen oordelen.
Omdat het kamp hier zo klein is, je de omgeving goed kunt zien en het er hier gemoedelijk aan toe gaat, vergis je je snel in het feit dat je in een oorlogsgebied zit. Ook het heerlijke zonnetje draagt daaraan bij. We leven inmiddels vrijdagochtend en ons podium staat klaar op het plein. De vindingrijkheid van de troepen kan alleen maar geprezen worden, want het is een prachtig, groot podium met zelfs nog wat verlichting. Onze instrumenten zijn zojuist aangekomen met de grootste heli ter wereld. Druk wordt er gesjouwd en gebouwd. Duidelijk is dat in dit kamp – dat vrij veraf ligt – absoluut behoefte bestaat aan een feestje, aan een avond ontspannen, een avond nergens aan hoeven te denken. Ik hoop dat we de militairen hier dat kunnen bieden. We gaan ons best doen!


(40 stemmen, gemiddeld: 3,43 uit 5)







Ha die Liesbeth,
Wat een belevenis is dit zeg. Wat een bijzondere ervaring. Heel leuk om te lezen dit verslag. Ik ben onder de indruk. Zet hem op daar geef ze maar een goed feestje. Take care, Inge Fleur
Hoe was het feestje?
Zeer boeiende ervaring zo te lezen.