Gastblog van Liesbeth Gresnigt. Liesbeth (29) zit tien dagen in Uruzgan met haar band ‘The Embers’ om daar muziek te maken voor de troepen. Ze doet verslag voor hetkanWel.net.
Wat je met een beetje improviseren al niet voor elkaar krijgt! De mannen in Deh Rawod hebben werkelijk hun stinkende best gedaan om een waanzinnig podium in elkaar te knutselen. Inclusief lichten, overkapping en zelfs een airco in een kartonnen doos om de mengtafel koel te houden. Het hele plein stond vol en de sfeer zat er wederom goed in, ondanks het alcoholvrije biertje. Waarom nog alcohol drinken, vraag ik mij hier dikwijls af.
De populatie hier lijkt te bestaan uit Nederlanders, enkele Slowaken die het kamp beveiligen (wat duidelijk aan hun postuur te zien is), wat Fransen, Australiers en een enkele Amerikaan. Toen de anderen nog op stoom moesten komen waren de Slowaken al aan het feesten. Springen, zwaaien, joelen, zingen, ze waren overal voor in. Of het nou Amerikaanse of Nederlandse nummers waren, het leek ze niet te deren, zolang ze er maar op konden springen. Memorabel waren ‘Stil in mij’ van van Dik Hout, waarbij het hele plein luidkeels alle teksten meezong en ook ‘Proud Mary’, waarbij het hele plein meedeed met ons dansje… En dan te bedenken dat er hier bijna alleen maar mannen zijn! De dansjes van de dames vielen ook in goede aarde, met name als we een rondje in de choreografie hadden konden we duidelijk horen dat ze dat een goed idee vonden. Toch gek dat onze achterkant blijkbaar nog meer in de smaak valt
. Wederom stonden ze in de pauzes in de rij om een fotootje te maken. Nu we met zoveel mannen van verschillende nationaliteiten op de foto staan, zou je bijna kunnen zeggen dat we wereldberoemd aan het worden zijn. We weten natuurlijk wel beter, haha.
Van hogerhand is besloten dat we nog een dagje op Deh Rawod zouden blijven, de spullen zijn echter deze morgen al naar Kamp Holland gevlogen. We hadden daardoor vandaag de tijd om de toerist uit te hangen. Iedereen hier is lekker fit en wij kunnen natuurlijk niet achterblijven, dus we zijn de dag begonnen met een paar rondjes hardlopen. We beginnen nu allemaal een beetje uitgerust te raken, al ben je in je hoofd de hele dag alle indrukken aan het verwerken. En dat zijn er veel, kan ik je vertellen.
Ook tijdens ons bezoek vandaag aan de Amerikaanse basis hier even verderop werden we weer geconfronteerd met zoveel nieuws, dat ik niet eens weet waar ik moet beginnen. Wat voor mij het meest interessante was vandaag, is dat hier duidelijk veel aandacht wordt besteed aan wederopbouw en zelfs aan scholing voor de Afghaanse kinderen. Al zijn de cultuurverschillen dramatisch groot, met name in levensstijl en wat betreft de positie van de vrouw, men lijkt er toch op kleine schaal in te slagen vooruitgang te boeken. We hebben een klein schooltje bezocht in een voormalige moskee op de Amerikaanse basis, waar kinderen van Afghaanse werknemers aldaar engels leren, leren rekenen, zich bezighouden met wereldorientatie en zo verder. Toen we binnenkwamen waren ze in eerste instantie verlegen en bang van de camera, maar uiteindelijk wilden ze wel met ons op de foto en hebben ze zich keurig aan ons voorgesteld. De kinderen zijn de toekomst van dit land en zij zullen het voortouw moeten gaan nemen in het creeren van een leefbare natie, zodra de veiligheidstoestand dat toelaat. Hun scholing is daarbij van essentieel belang lijkt me.
We spraken met een Amerikaan die ons vertelde dat de positie van de vrouw hier nog lager is dan je je ook maar kunt voorstellen. Behalve dat ze volledig gesluierd lopen en zelfs dan nog wegduiken als ze een man voorbij zien komen, worden ze in bepaalde gevallen voor dood achtergelaten als ze ziek of gewond zijn. Het kost hun man immers meer geld om met hen naar een dokter te gaan, dan dat het kost om een nieuwe vrouw te kopen. Door een speciale kliniek op te richten voor vrouwen hoopt men hier verandering in te brengen. De man was zeer hoopvol over de opkomst de laatste tijd.
De omgeving hier is, zoals ik al eerder schreef, ongelofelijk mooi. Een prachtige, kleurrijke vallei geflankeerd door rotsen. Het kleurrijke ervan wordt echter wel veroorzaakt door de papaver hier, waar opium van kan worden gemaakt. Door de verkoop van deze opium komen de Taliban aan hun geld, zo hoorden wij. Wat een prachtig gekleurde plant wel niet kan kan aanrichten. Het probleem schijnt te zijn, dat je de papavervelden niet zonder meer kunt vernietigen, omdat je dan de boer zijn inkomsten ontneemt waarmee hij voor zijn familie zorgt. Daarmee kweek je niet de goodwill bij de locale bevolking die je nodig hebt om hier echt iets te kunnen betekenen. Tevens zijn zij niet degenen die de papaver voor de hoge prijzen verkopen en daarmee de Taliban voeden. Dat lijken de tussenhandelaars te zijn en die zijn weer moeilijk op te sporen. Eenvoudig is het probleem dus niet.
De Amerikanen hebben ons verder rondgeleid over hun terrein en ons kennis laten maken met het materieel. Er staan daar gebouwen die op de traditionele afghaanse manier gebouwd zijn. dat wil zeggen dat ze -kort door de bocht- een hoop rotzooi aansmeren met uitwerpselen en dat laten drogen in de zon. Echt duurzaam is het niet, maar het voldoet blijkbaar naar tevredenheid. Beetje jammer als je er even tegenaan leunt, per ongeluk. Dat wel.
Al met al weer een dag om niet snel te vergeten. Er zijn nog zoveel dingen die ik zou willen vertellen, maar dan is dit stuk niet leesbaar meer, vrees ik. Lang van stof word je hier. Wordt vervolgd.
Alles goed in Deh Rawod (dat kunnen alle Afghanen hier zeggen) en tot morgen maar weer!










This website uses IntenseDebate comments, but they are not currently loaded because either your browser doesn't support JavaScript, or they didn't load fast enough.