(Vervolg…)
Ik vroeg de lieftallige Taskforce projectmanager Jessica wat voor specifieke groene initiatieven er in mijn buurt zijn. Enthousiast vertelde ze me dat burgemeester Boris Johnson zojuist heeft bekend gemaakt dat er 10 zones in London benoemd zijn tot ‘low-carbon zones‘. Deze 10 deelgemeentes krijgen elk minimaal £200,000 om een groenere wijk te creeeren. Winnaars werden vastgesteld aan de hand van de ideeen die door de deelgemeentes waren ingediend. En onze wijk was 1 van de 10 winnaars!
Meegesleept door haar opgetogendheid vroeg ik naar de concepten die waren bedacht. Meteen noemde ze wat zij zelf het beste idee vond: ‘energie dokters’: adviseurs die buurten met elkaar vergelijken en dan huis aan huis tips komen geven en aan de hand van energiemeters laten zien hoe het ervoor staat met jouw energieverbruik – en hoe je energie kunt besparen.
“Geweldig idee”, zei ik. “Komen ze ook bij mij langs?”
Ze schudde nee. Het was niet ons idee. Onze buurt heeft het concept ingediend voor wat zonnepanelen op een school en voor een oplaadpunt voor elektrische auto’s.
Ik probeerde nog steeds heel erg blij en enthousiast te kijken. Waarschijnlijk ging het me toch niet helemaal goed af, want ze verkondigde met luide stem dat het spreekuur was afgelopen, de zaal ging dicht. Maar…. we werden van harte uitgenodigd om te verhuizen naar de kroeg op de hoek!
Ik glimlachte. Ik had het kunnen weten…
Vijf minuten later zaten we gezellig in de kroeg. Ik haalde een rondje en we praatten over koetjes en kalfjes. Ik wachtte netjes tot ze haar eerste biertje op had. Toen vertelde ik haar dat ik nog niet helemaal duidelijk voor ogen had wat ik nu voor mijn buurt kon betekenen – en vice versa. “Eigenlijk niets”, beweerde ze met droge ogen. Ik stond versteld.
“Je moet realistisch zijn” zei ze. “Alle initiatieven die ik noemde zijn plannen op een groter niveau dan de individuele burger. We moeten namelijk het gedrag van het bedrijfsleven veranderen, daar maken we de grote stappen, daar zitten de ‘quick wins’. Van de burger verlangen we vooralsnog alleen maar dat hij enthousiast is en de politiek steunt. Dat jij over een paar jaar eens een groenere ijskast koopt is fijn, maar zet geen zoden aan de dijk. Bedrijven moeten veranderen. Daarom zetten we die zonnepanelen op een school, als voorbeeld. Jij werkt toch voor Vodafone? Waarom hebben jullie geen zonnepanelen op jullie kantoor?”
Ik legde uit dat het gebouw niet van ons is, dat we er 3 verdiepingen huren. Ze wilde er niets van horen.
“Bloody excuses”, snauwde ze, en het groene vuur in haar ogen lichtte op. Met een klap zette ze haar lege glas op de tafel. Vlug bestelde ik een nieuw biertje voor haar. Ze nam een slok en zuchtte.
“Weet je wat mijn baas zei, een paar weken nadat hij me had aangenomen? Hij was ongelooflijk eerlijk. Hij zei dat hij op zoek was geweest naar iemand die niet alleen een goed stel hersens had, maar ook nog een knap gezichtje. Hij zei het toen we al een tijdje in de kroeg hadden gezeten, maar toch… ik was geschokt! Hij legde toen uit dat een belangrijk deel van de baan het paaien van mensen is. Het overtuigen van bedrijfsmanagers dat ze inderdaad meer geld moeten besteden aan groen. Dat het om een lange termijn investering gaat. Iedereen met een stropdas knikt ja en amen tegen groen tot ze horen dat het ten koste gaat van de winst. Regelmatig organiseren bedrijven zich zelfs om zich te verzetten tegen voorgestelde groene maatregelen. Helemaal in deze economische tijden is het erg moeilijk om managers te overtuigen, ze te motiveren om ze te houden aan eerder gedane beloftes, ze te houden aan deadlines. Die 200.000 die we kregen van de burgemeester is echt ‘peanuts’ voor wat we willen doen! Het bedrijfsleven zal moeten opdraaien voor het meerdendeel van onze plannen. Ik geloof in het werk dat ik doe, maar elke week zit ik tegenover groepen managers met rode boze hoofden. En dan lach ik maar een beetje. Geef ik eens een knipoog. Dat helpt.”
Ze lachte, een beetje verlegen. Ik lachte even met haar mee, niet goed wetend hoe te antwoorden. Wat zou een echte Brit zeggen? Zou ik grappen dat ik dan met mijn hoofd voorlopig nog maar even niet de groene politiek in moest?
Ik besloot haar vriendelijk voor alle uitleg te bedanken en liep peinzend naar huis…










Maar zo werkt ‘onze’ maatschappij toch? Eerst paaien met aanbiedingen, geoffreerd door good-looking people en als er dan genoeg schapen over dam zijn, bingo!
Duurzaam betkent vooralsnog dat het even duurt voor er een totale groene economie is. Die komt er zeker niet als helemaal niemand daar aan werkt.
Ik zou zeggen: motiveer je taskforce projectmanager nog maar eens met een paar biertjes. Overigens: als jullie gezamenlijk interesse in de kroeg ligt, begin dan samen een pub met groen bier uit een groene tap!