Gisteren was de ultieme test voor mijn 30 dagen uitdaging: rijexamen, poging 1. Voor een ieder die het nog niet weet, met 70 lessen achter de rug en 2 wanhopige rijinstructeurs, dacht ik dat ik het nooit zou halen, laat staan dat iemand met een beetje gezond verstand mij ooit op examen zou laten gaan.
Maar ik trof een lot uit de loterij. Rijinstructeur nummer 3 sleutelde, pushte en dramde net zo lang door totdat ik vandaag met een glimlach op mijn wakker wordende kop ein-de-lijk op examen mocht!
Dus na mijn dagelijkse dansje en mijn mantra’s (alles komt goed – alles komt goed – alles komt goed) zat ik dan toch met trillende handjes achter het stuur… Nu kwam het echt aan op een enorme portie positive thinking: ik kan dit. Toch?
En ik kon het, alleen nog niet goed genoeg volgens de examinator, die ons eerder begroette met “Ha jongelui, wie is jong en wie is lui?”. Ik onderdruk neigingen om dramatisch, hysterisch te gaan huilen in en op het bureau van de goede man. Zuig mijn pruillip op en bedwing een ninja-aanval (“AAAAH KARATÉKÁÁH!”).
Maar maak eenmaal terug in de lesauto alle papieren zakdoekjes van mijn rijinstructeur op (“die liggen er daar voor meisje”). Enigszins gekalmeerd luister ik naar zijn bemoedigende woorden: je hebt goed gereden en ik ben trots op je. Positief denken is niet je rijbewijs halen maar er toch sterker uitkomen!









