De drang om te schrijven over wat me bezighoudt is soms zo groot, dat ze me volkomen blokkeert. Niet dat ik om onderwerpen verlegen zit, integendeel. Focus, daar ontbreekt het me in zulke perioden aan. ‘het kan Wel’ strijdt om aandacht met ‘het kan helemaal niet’ en ‘het heeft geen zin’ en delft onvermijdelijk het onderspit. Er is echter hoop.
Opzettelijk maak ik hier gebruik van onvermijdelijk, want voor wie oppervlakkig kijkt naar de waan van alle dag zijn de positieve tekenen spelden in een hooiberg negatieve voorbeelden van dat ‘het’ allemaal nog gekker kan. En wat is een gebrek focus anders dan oppervlakkig kijken? Gelukkig houdt ik vast aan een van de belangrijkste adviezen van Grote Alsook Beroemde Schrijvers: om te kunnen schrijven moet men lezen, lezen en nog meer lezen. Dat men daarmee de woordenschat aanmerkelijk aanvult is fijn, al is het geen garantie voor kundig gebruik, nog fijner is het om boeken te ontdekken die gevoelens van herkenning oproepen. Zodat de duttende bibliotheekbezoeker opschrikt door een onverwachte klap op tafel, een gescandeerd ‘zie je wel’ of ‘ah, valt het jou ook op!’
Gedurende de donkere dagen na kerst las ik ‘De innerlijke meetlat’ van Bob Boot. Een haptonoom die zijn visie op mens en maatschappij met de lezer deelt. Een visie die bepaald niet braaf genoemd kan worden en voor sommigen misschien schokkend kan zijn. De heer Boot windt er namelijk geen doekjes om; we doen het zelf. Door mee te gaan in de doorgeschoten individualisering van het sociaal dier homo sapiens, zonder oog te hebben voor de intermenselijke verantwoordelijkheden die dit met zich meebrengt.
Over-assertiviteit die gehanteerd lijkt te worden als de norm van intermenselijk contact. Een samenleving van eenlingen, waarin de menselijke maat op veel plaatsen en in vele dagelijkse situaties volkomen verdwenen is. Lijdend onder en geleid door verstikkende polemieken en op strijd gerichte wartaal.
Leven in persoonlijke vrijheid. Hoe mooi en zelfs romantisch klinkt dat toch. Een doel op zich.
Daarover bestaat geen enkele twijfel, begrijp me goed. De vraag is wat we er mee doen. Met de verantwoordelijkheden die vrijheid schept, de keuzes die we maken in ons gedrag. Op ons werk, in de auto, na het stappen door de binnenstad naar huis strompelend, in bed bij onze geliefde of partner, op het voetbalveld, langs de lijn.
In zijn prettig humoristisch geschreven boek pleit Boot voor het ontwikkelen van een innerlijke meetlat. Een meetlat die ons helpt voelen hoe goed en menswaardig we onszelf en de ander tegemoet treden. Ook de ander die we niet kunnen zien, maar waarvan we weten dat hij of zij bestaat. Met empathie en in contact met ons zelf, omdat mensen nu eenmaal mensen nodig hebben.
Om de lezer een stuk op weg te helpen, beschrijft Boot wat ons tot mens maakt, verduidelijkt hij het verschil tussen norm en waarde en hoe we ons als mens steeds verder aan de veranderende wereld aan hebben gepast en hoe de systematische aard van ons bestaan onze persoonlijke groei eerder belemmert dan bevordert.
Een aanrader dus.









"hoe de systematische aard van ons bestaan onze persoonlijke groei eerder belemmert dan bevordert"
?
Wat bedoel je hiermee?
En hoe dan
Ben wel benieuwd.