Indiase professor zoekt kennis bij kleine boeren


Nood maakt vindingrijk. Een Indiase economieprofessor zoekt innovaties daar waar maar heel weinig mensen ze verwachten: bij kleine boeren in afgelegen dorpen.

Ineengedoken zit Tanadi in de schaduw van de grote tamarindeboom. Met neergeslagen ogen kijkt hij naar de stoffige grond van het dorpsplein. Wat een hoog bezoek, zo op de vroege ochtend! Op de plastic stoel wilde Tanadi niet zitten – op gelijke hoogte met Anil Gupta. Dus had de professor uit de grote stad de plastic stoelen aan de kant geschoven en was hij naast de boer op de knoestige wortels van de boom gaan zitten. Hij wijst naar een dunne tak in een plastic zakje.

‘Waar gebruiken jullie die voor?’ Nieuwsgierig kijkt Gupta de boer door zijn bril aan. Tanadi haalt zijn schouders op.
‘Voor niets bijzonders eigenlijk, je kunt er niet zo veel mee.’
‘Echt niet?’, vraagt de bezoeker door. Tanadi krabt aan zijn grijze stoppelbaard.
‘Nou ja, we steken de takken in het veld om er de rijstklander mee weg te houden’, zegt hij. ‘Het water in het rijstveld spoelt de werkzame stoffen eruit en verspreidt ze over de planten.’
Gupta slaat zich op zijn dijen. ‘En dat noemt u niets bijzonders? Maar dat is toch geweldig!’

Anil Gupta is docent en onderzoeker aan het Indian Institute of Management in Ahmedabad, een van de meest gerenommeerde universiteiten van het land. Hij heeft een lichte huid, is lang, en draagt een volle, goed verzorgde baard. De boer Tanadi, daarentegen, is klein en gedrongen. Zijn leren huid getuigt van zwaar lichamelijk werk onder de verzengende zon van Oost-India.

Tanadi is zijn dorp, Sargipal, nog nooit uit geweest. De economieprofessor geeft lezingen aan de universiteiten van Berkeley, Cambridge en Boston. Terwijl zijn collega’s echter in hun comfortabele werkkamers zitten, bezoekt Gupta dorpen die lichtjaren lijken te zijn verwijderd van het moderne India van de metropolen. Daar gaat hij op zoek naar uitvindingen, handigheidjes en ideeën van mensen die van bijna niets moeten zien rond te komen. ‘De nood maakt hen zeer vindingrijk.’ Gupta’s ogen schitteren. ‘De mensen in de dorpen zijn zich er vaak niet eens be- wust van wat ze allemaal kunnen.’

Het enthousiasme werkt aanstekelijk. Tanadi komt overeind. Recepten voor plantaardige meststoffen en her- biciden stromen zijn mond uit; zijn tanden zijn roodge- kleurd door het kauwen op een betelnoot. Hoe oud hijzelf precies is, weet de boer niet – hij schat zo ongeveer 65 jaar. Wel kent hij allerlei kruiden uit het bos die helpen tegen kiespijn, botbreuken, malaria of stijve knieën. Juist daarom heeft de 57-jarige Gupta de verre reis hiernaartoe ook ondernomen. Hij haalt een verfrommeld stukje papier uit zijn borstzak tevoorschijn en maakt aantekeningen.

Gupta en een schare van zo’n dertig studenten, promovendi, botanici, boeren en managers zijn al in de Indiase staten Assam, Gujarat, Kasjmir, Orissa, Rajastan en West- Bengalen geweest. Om de zes maanden onderneemt de groep deze ontdekkingstocht, die ze Shodh Yatra noemen. Ruim duizend dorpen in afgelegen regio’s van India hebben ze al bezocht.

Lees hier verder over professor Gupta.

Meer lezen?

Echte innovatie: verlichting met een colafles

Innovatie voor geen cent teveel

Radicale innovatie: de kracht van anders durven denken

Volg Ode ook op Twitter of Facebook, via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €15,-

(Advertentie)