Vers eten voor ouderen zeldzaamheid

Het kan anders, betoogt Sandra van Kampen in haar column

Foto: Flickr, Bromford
Foto: Flickr, Bromford

“Och, wat smaakt dat toch geweldig. Lekker vers. ” Mijn 81-jarige vader snort van geluk als ik hem een maaltijd van eerlijke, verse ingrediënten voorschotel. Nu ben ik bepaald geen keukenprinses en mijn vader al helemaal geen culinaire fijnproever, maar hij merkt duidelijk het verschil met de magnetronmaaltijden die hij de rest van de week eet. Hij schept nog eens extra op. Ik voel me schuldig dat ik hem dit genoegen niet vaker bied.

Voor ouderen van mijn vaders generatie is echt vers eten een zeldzaamheid geworden. Hij heeft nooit leren koken. Tegen de tijd dat hij thuiskomt uit het verpleegtehuis waar hij mijn moeder dagelijks bezoekt, ontbreekt hem de puf om zelfs een voorgesneden zakje groenten in een pan te doen. De tafeltje-dekje levert alleen diepvries.

Lees ook: Zo wordt je gezond oud

Convenience en regenerenen

De praktijk in veel verpleeghuizen en zorginstellingen is al niet veel rooskleuriger. Nog nooit heb ik me zo verbaasd over een praktijk die voor de mensen die er middenin zitten de gewoonste zaak van de wereld is en waar een grootschalige, efficiënte werkelijkheid schuil gaat achter verhullende termen. ‘Convenience’ betekent gewoon kant-en-klaar. ‘Regenereren’ is opwarmen. ‘Ontkoppeld koken’ wil zeggen dat er ergens in een centraal gelegen grote gaarkeuken zo goedkoop mogelijk duizenden warme maaltijden in plastic bakken worden gestopt, die dan vele kilometers verderop door laagopgeleide verzorgenden worden opgewarmd en uitgeserveerd.  En dan het mooiste: als de groothandel, die op al deze handelingen véél geld verdient, een serie onrendabele producten wil schrappen, noemen ze dat ‘assortimentsharmonisatie’.

Dit alles wordt met prachtige brochures en aantrekkelijke websites aan particuliere cliënten en instellingen gepresenteerd onder de noemers ‘vers & gemak’ en vooral ‘ontzorgen’. Heeft een maaltijd die wordt bereid in de gaarkeuken, terug wordt gekoeld, wordt geproportioneerd en drie tot vijf dagen later weer opgewarmd en uitgeserveerd wordt nog enige voedingswaarde als je dat afzet tegen echt vers bereide maaltijden?

Luisteren naar ons onderbuikgevoel

Mijn onderbuikgevoel hierbij laat zich niet vertalen in termen als duurzaam of gezond. Want efficiënte, grootschalige productie kan best heel duurzaam zijn. En de meeste maaltijden voldoen aan de checklist van het Voedingscentrum, dus met de gezondheid zit het op papier wel goed. Maar ik hecht aan waarden als ‘smaak’ en ‘beleving’. Natuurlijk, ik heb makkelijk praten. Ik hoef niet rond te komen van een voedingsbudget van 6,40 euro waarvoor veel instellingen drie maaltijden per dag aan hun bewoners moeten serveren. Maar we nemen hier wel beslissingen voor een groep mensen die verder weinig kan en voor wie de warme maaltijd vaak het hoogtepunt van de dag is. Gelukkig zijn er voorbeelden zat van instellingen die binnen dezelfde budgetten wel echt vers en smakelijk eten serveren. En waar en passant de voedselverspilling (in instellingen vaak 40-60%) wordt teruggedrongen en mensen hun eetlust weer terugkrijgen. En ook nog eens bespaard wordt op medicijngebruik. Het kan dus wél.

Het is van het grootste belang dat zorginstellingen hier visie op ontwikkelen en een keus maken voor goede voeding. Ik ben bang dat we ons anders massaal een rad voor ogen laten draaien door de grootschalige industrie. Uit schuldgevoel. Omdat we niet naar onze onderbuik willen luisteren.

Advertisement

2 comments

  1. Ik ben zo blij dat mijn moeder kleinschalig woont.
    Zeven mensen leven in een huis, elk met een kamer met eigen meubeltjes. Daarnaast een grote gemeenschappelijk woon/eetkamer met keukene. Samen koken zodat hun inbreng nog telt. Natuurlijk dat wat ze kunnen, aardappels schillen, groente snijden ed. Ook het afwassen, was vouwen, afstoffen zijn taakjes die sommige bewoners graag uitvoeren. Wat ze zelf niet kunnen gebeurt door de verzorging en de vriendelijke vrijwilligers. Twee huizen naast elkaar, voor 14 bewoners is er 1 verpleegkundige met medische bevoegdheden aanwezig. Elk huis heeft een EVV’er met net aan voldoende verzorgenden. In de nacht is er een slaapwacht. DE voordeuren zitten naast elkaar en de intercom geeft goed aan of er wat nodig is.

    Uiterst efficient, vriendelijk en vooral leefbaar. Ook als je dement bent.
    Zo kan het ook en waarom dit niet veel meer gebeurt is voor mij een raadsel.

  2. Ik werk in een ggz zorginstelling waar ik werkt in de centrale keuken. Zelf koken doen wij niet meer. Het eten komt uit een fabriek en wordt na verwerking richting de cliënten opgewarmd. Volgend jaar wordt het anders dan wordt de centrale keuken gesloten. De zorgafdelingen moeten zelf voor het eten zorgen. Dat wordt voor de meeste kant en klare maaltijden die dan opgewarmd kunnen worden. Cliënten die zelf iets kunnen moeten zelf voor hun eigen kostje zorgen. Dit onder minimale begeleiding. Het zelf verzorgen van eten verzorgen Door cliënten zelf wordt gesubsidieerd door de Zorgsoorten, het is gewoon een centen kwestie. Verder vallen er ontslagen voor het overige personeel van de nu centrale keuken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *