Heb je wel eens een boom gezien?

Het verborgen leven van bomen

Verrassende kijk op bomen

Natuurlijk hebben we allemaal al heel vaak naar bomen gekeken, maar slechts heel weinig mensen zullen ze echt hebben gezien zoals boswachter Peter Wohlleben. In zijn boek ‚Het verborgen leven van bomen’ laat hij ons anders kijken naar deze levende wezens, op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten en zijn diepe liefde voor het bos en de bomen.

Veel lokale politici kunnen er over meepraten: bomen zijn mensen erg dierbaar. Probeer ergens een boom te kappen en de buurt komt in protest. En dat is maar goed ook, want als je weet dat bomen pijn kunnen lijden, een geheugen hebben en dat ze samenleven met hun kinderen, dan hak je ze niet meer zo makkelijk om.

Auteur Peter Wohlleben is geen bomenknuffelaar die door het leven zweeft. Hij is een nuchtere, Duitse boswachter die zijn geld verdient als houtvester. Maar door zijn ervaringen in het bos en de resultaten van regelmatig universitair onderzoek in zijn district begon hij in te zien dat hij ongeveer evenveel wist van het verborgen leven van bomen als een slager van de gevoelens van dieren. Hij zag allerlei zaken waarvoor hij geen verklaring had. Wetenschappelijk onderzoek bracht nieuwe inzichten, maar ook veel nieuwe vragen.

Samen word je ouder

Bomen kunnen tellen, leren, elkaar helpen en waarschuwen. Net als menselijke families wonen ze samen met hun kinderen, communiceren met elkaar en ondersteunen elkaar in de groei. In zo’n samenleving kunnen ze heel oud worden, wel honderden jaren. Volgens Wohlleben zijn bomen van 120 jaar, vertaald naar menselijke maatstaven, ‚net uit de schoolbanken’. Hij rekent dan ook af met het heersende inzicht in de bosbouw dat bomen, afhankelijk van de boomsoort, op een leeftijd van 60-120 jaar afnemen in groeikracht. Uit wereldwijd onderzoek bij 700.000 bomen blijkt juist dat bomen sneller groeien naarmate ze ouder worden.

Maar wacht even. Als we weten dat bomen kunnen leren, dus ervaringen opslaan, dan moet er ook een plaats zijn in het organisme waar dit gebeurt, laten we zeggen: een brein. En inderdaad, Wohlleben durft echt zo ver te gaan dat hij bomen beschrijft als levende wezens mét een brein. Hij weet echter niet waar dit zich bevindt, hij vermoedt dat de wortels de meest geschikte plaats zijn.

De vraag of bomen een brein hebben en zo ja waar, is door de wetenschap nog onvoldoende beantwoord. Veel onderzoekers trekken bovendien in twijfel of je in de wortels een centrum van intelligentie, geheugen en emoties kunt zien. Ze winden zich er daarnaast over op dat de grenzen tussen planten en dieren lijken te verdwijnen. „Nou en? Wat is daar zo erg aan?”, vraagt Wohlleben zich af. De scheiding tussen plant en dier is willekeurig gekozen op basis van de manier waarop ze aan hun voedingsstoffen komen: de ene bedrijft fotosynthese, de andere eet levende wezens. Grote verschillen zijn er verder in het tijdsbestek waarin informatie wordt verwerkt en in handelingen omgezet. „Maar zijn langzame wezens automatisch inferieur aan snelle?”

Feitenkennis

Hoewel Wohlleben regelmatig benadrukt dat er nog veel vragen over het leven van bomen onbeantwoord zijn, barst zijn boek bijna uit elkaar van de kennis en inzichten. Dat is ook meteen het enige zwakkere punt aan het boek: de auteur blijkt een gepassioneerde bomenkenner die strooit met feitjes en wetenswaardigheden, maar hij vergeet je mee te nemen in zijn verhaal. Elk hoofdstuk staat op zichzelf, makkelijk om even te lezen voor het slapen gaan, maar het maakt het boek geen ‚page-turner’ met een meeslepende spanningsboog.

Dat gebrek weerhield het boek er echter niet van om een bestseller te worden. ‚Het verborgen leven van bomen’ was met meer dan 320.000 verkochte exemplaren het best verkochte non-fictieboek van 2015 in Duitsland.

Ben je benieuwd naar het boek? Bestel het hier.

(Advertentie)