Waarom Durban zinloos én zinnig is

Door Jan Rotmans
De komende twee weken is het vizier van de wereld gericht op de klimaatonderhandelingen in Durban in Zuid-Afrika. Dit is alweer de 17e onderhandelingsronde, die 17 jaar geleden begonnen. Waren de verwachtingen voor Kopenhagen in 2009 nog hooggespannen, voor Durban zijn de verwachtingen bijzonder laag. China en India hebben reeds aangegeven geen bindende afspraken te willen maken over reductie van CO2-uitstoot.

Hebben dergelijke mega-conferenties over klimaat eigenlijk nog wel zin? Ja en nee. Ja, omdat de wereld met elkaar in gesprek moet blijven over klimaatverandering en de urgentie moet blijven agenderen op de mondiale politieke agenda. Er is geen enkel ander mondiaal gremium dan de Verenigde Naties waar het klimaatvraagstuk kan worden geagendeerd. Tegelijkertijd is het vrijwel onmogelijk om bij dit soort onderhandelingen tot concrete afspraken te komen om het klimaatprobleem daadwerkelijk aan te pakken. Dat heeft te maken met de aard van het politieke onderhandelingsproces zelf (VN-besluitvorming op basis van het unanimiteitsprincipe), met ingebouwde weerstanden (bescherming van gevestigde fossiele energiebelangen: 95% van landen aan tafel is afhankelijk van fossiele brandstoffen), met de permanente controverse tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen en met het gebrek aan politieke urgentie. Om de financieel-economische crisis te bestrijden is al 5000 miljard dollar in de wereldeconomie gepompt, voor het bestrijden van het klimaat is nog geen 70 miljard dollar toegezegd en dan pas vanaf 2020.

In feite gaat het in Durban ook niet zozeer om het maken van harde klimaatafspraken, daarvoor is de politiek onmachtig. Het gaat veeleer om het opnieuw zichtbaar maken van de wereldwijde duurzaamheidsbeweging die van onderop is ontstaan. Deze beweging, die zich in Kopenhagen reeds nadrukkelijk roerde, is geworteld in tal van uiteenlopende initiatieven: coalities van maatschappelijke organisaties, lokale gemeenschappen, steden en bedrijven. Deze beweging vormt een krachtige onderstroom die steeds invloedrijker wordt.

Deze mondiale duurzaamheidsbeweging toont aan dat de samenleving sneller wil en gaat dan de politiek aan kan. Vanuit een andere oriëntatie, een andere moraal die gebaseerd is op nieuwe waarden en nieuwe gedragscodes. Deze transitie naar een groene economie is reeds volop gaande voor wie goed kijkt: transition towns, eco-cities, occupy-beweging en veel bedrijven die al bezig zijn met het vergroenen van hun productieproces. Deze niches vormen de voorbode van een nieuwe macht waarin veel veranderkracht schuilt. Durban biedt vooral een podium voor deze nieuwe macht van onderop, om zich in de volle breedte en diepte te manifesteren. En daarom heeft Durban toch zin, alleen op een heel andere manier dan eigenlijk de bedoeling was.

Jan Rotmans is Hoogleraar Transities naar Duurzaamheid aan de
Erasmus Universiteit Rotterdam. De komende tijd zal hij regelmatig blogs schrijven voor Ode.

Meer lezen?
Nederlanders bereiden stille revolutie voor
Niet minder slecht, maar goed
Bhutan als economisch model voor de wereld

Volg Ode ook op Twitter of Facebook, via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand

Advertisement

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *