Windenergie blijft groeien, ondanks economische onrust

Foto: eschipul, Flickr
Volgens de “Global Wind Energy Council” is in 2011 de windenergiesector flink door gegroeid, ondanks de forse economische problemen van de afgelopen jaren.

Wereldwijd werd er afgelopen jaar 41 gigawatt aan vermogen bijgeplaatst. Het totaal komt nu op 238 GW, een groei van 21% dus. De groei was voor een belangrijk deel te danken aan China, die wordt gezien als wereldleider op het gebied van windenergie. Europa was verantwoordelijk voor 9,6 nieuwe gigawatts windvermogen. Dat brengt het totaal in Europa op bijna 94 GW. Ook in India, Latijns Amerika en de VS worden goede groeicijfers gerapporteerd.

Top 10 groeilanden in windenergie. Foto: GWEC.net
Is de Europese groei van 9,6 GW groot of niet? Ter vergelijking: de kolencentrale op de Eemshaven zal bij ingebruikname 1,6 GW vermogen hebben. De kolencentrales in de Maasvlakte hebben een derde van dit vermogen: 0,5 GW. Wat vermogen betreft werden er dus in Europa voor 6 grote of 19 gemiddelde kolencentrales aan windmolens gebouwd.

Windmolens hebben echter een stuk lagere daadwerkelijke output, omdat ze niet ingezet kunnen worden als het niet waait. Ze leveren uiteindelijk 20 tot 40% van het geïnstalleerde vermogen. Experts noemen dat de “capaciteitsfactor” van wind. Moderne windinstallaties op zee kunnen hogere getallen bereiken (boven de 50%), maar het blijft flink achter bij kolencentrales. Omdat deze dag en nacht, bij weer en wind, gebruikt kunnen worden, ligt de capaciteitsfactor van kolencentrales rond de 90%.

Als we rekenen met de meest ongunstige capaciteitsfactor (20%) voor wind hebben we afgelopen jaar in heel Europa iets meer dan 1 grote kolencentrale aan windenergie erbij gekregen, of 3 kolencentrales van gemiddelde grootte. Rekenen we positief (40%) dan gaat het om 2 tot 6 kolencentrales.

Bron: wikipedia, cleanedge.com

Lees ook

Vibrerende blokjes maken windenergie zonder slachtoffers

Windsector groeit met dubbele cijfers

Een schone onderbroek is van bamboe

Advertisement

8 comments

  1. De schrijver van dit verwart rendement met (leverings)betrouwbaarheid.
    Het rendement van een kolencentrale bij de omzetting in elektriciteit is ruim 40%, dus vergelijkbaar met zeewindmolens. Nieuwe landwindmolens halen zo'n 25% rendement. Pas als de warmte van een kolencentrale benut wordt – waar benut je die in de Eemshaven? – verbetert het rendement.
    Verder zijn er nog de maatschappelijke/energie kosten voor het kolendelven en de transportbrandstof

  2. Waarom vergelijken we eigenlijk met kolencentrales? Vraag is natuurlijk hoeveel energie is er nodig, en in hoe groot deel daarvan kunnen windmolens voorzien?

    Kolen moeten we van af. Energie moet schoon worden opgewekt, en met de hoeveelheid beschikbare energie moeten we in zo'n groot mogelijk deel van onze energiebehoefte kunnen voorzien. Zuinige apparaten, schone bronnen.

  3. De meeste verhalen beginnen met mogelijke energiebronnen, zijn vaag over de kosten ervan en vergeten de (on)mogelijkheden om het gebruik te kunnen opschalen. Windmolens zijn heel geschikt voor elektriciteit, maar vergen veel materiaal zeker voor zeemolens ver uit de kust. Bij veel wijndgebruik zal voldoende opslag noodzakelijk zijn, ook als het transportnet aanzienlijk – tegen hoge kosten – vergroot wordt.

    Kolen zijn heel geschikt voor warmte veel minder voor elektriciteit. Het kolengebruik stijgt en zal zeker bij (gas) olieschaarste blijven stiijgen. De omvang van die stijging is sterk afhankelijk van het energieverbruik.
    Daar geldt Jevons paradox: "efficientie geeft meer verbruik". Zoals een vliegreis dank zij de subsidie voor de zonnepanelen. Hoe het energieverbruik kan verminderen is te lezen in http://www.withouthotair.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *