Waarom geven zo goed voor je is

Foto: slightly everything, Flickr

Geven is goed voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid, versterkt onderlinge banden, zorgt voor spreiding van rijkdom en het mooiste van al is dat het nog aanstekelijk werkt ook.

Vijf jaar geleden liep ik op een dag uit de plaatselijke videotheek en zag hem op de grond zitten, met zijn rug tegen de beschilderde bakstenen muur. Hij droeg vodden van kleren en zijn huid had de grauwe kleur van iemand die allang dakloos is.

‘Geld om eten te kopen?’ Hij vroeg het automatisch, zonder me aan te kijken, zonder hoop in zijn stem.

Met mijn dvd’s onder mijn arm groef ik in mijn portemonnee en bukte me om hem wat te geven. Toen ik hem het geld in de hand drukte, maakte ik oogcontact en groette hem met een glimlach. Hij begon te stralen.

‘Dank u wel!’ Zijn fletsblauwe ogen waren licht en pijnlijk kwetsbaar, zoals je dat wel ziet bij geesteszieken. Ik drukte zijn hand. Hij drukte de mijne en rommelde in een paar plastic tassen op de grond. Er kwam een plastic ketting uit die hij aan mij wilde geven.
‘U bent een koningin! U bent zo mooi! Dank u wel! Alstublieft.’ Het was een ketting van goedkope groene kralen met een namaakjaden hanger, een beetje als bij Cleopatra. Ik aarzelde: hij had zo ontzettend weinig en ik wist dat ik hem nooit zou dragen. Maar hij drong aan. ‘Die is voor u. U bent een koningin.’ Ik boog opeens ontroerd mijn hoofd. Het onverwachte gesprek had me diep geraakt.

Boeddha zei het al

Wie de kracht van de goedgeefsheid kent, zal zijn maaltijden altijd willen delen’, heeft de Boeddha gezegd. In het boeddhisme wordt zoveel waarde gehecht aan goedgeefsheid dat ‘geven de eerste van de tien perfecties is uit de leer van de Boeddha’, aldus James Baraz, een van de oprichters van het Spirit Rock Meditation Center in Californië en co-auteur van het boek Awakening Joy: Ten Steps That Will Put You on the Road to Real Happiness.

De Boeddha adviseerde om te geven – dana in het Sanskriet – omdat je daarmee ‘elkaars wederzijdse afhankelijkheid erkent en je je actief oefent in loslaten, wat de weg is naar vrijheid van lijden’, legt Baraz uit. ‘Wie geeft zonder iets terug te verwachten, alleen uit een opwelling, roept de natuurlijke blijdschap op die ontstaat als je je hart openstelt.’

Net zo fijn als eten en seks

Iedereen kent wel de euforie die je ervaart als je iets weggeeft, de ‘natuurlijke blijdschap’ van Baraz. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat daar een biologische basis voor is. In 2006 kreeg een aantal proefpersonen van Jorge Moll en zijn onderzoeksteam van de National Institutes of Health geld en een lijst goede doelen waaraan ze konden doneren. Alleen al de gedachte aan een donatie activeerde het primitieve deel van de hersenen dat samenhangt met de genotsbeleving bij eten en seks. Uit fMRI-scans bleek dat bij een donatie het mesolimbische circuit wordt geprikkeld, het beloningscentrum in de hersenen dat door middel van dopamine een gevoel van euforie geeft.

Een jaar later vonden Ariel Knafo en een aantal collega-onderzoekers van de psychologische faculteit van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem bewijs voor de genetische aanleg voor goedgeefsheid. De deelnemers van een geregisseerd spel kregen geld en hadden de keus om alles, een deel of niets aan een anonieme speler te geven. Hun DNA werd geanalyseerd en met hun reacties vergeleken. Spelers met bepaalde varianten van het zogeheten AVPR1a-gen gaven gemiddeld zo’n vijftig procent meer dan de spelers met een andere variant. AVPR1a codeert voor de vorming van een receptor die ervoor zorgt dat het socialiseringshormoon arginine vasopressine in de hersenen vrijkomt. ‘Het experiment leverde bij mijn weten het eerste bewijs voor een relatie tussen DNA-variaties en altruïsme bij mensen’, schreef Knafo.

Lees verder op Ode.nl over hoe geven stress vermindert, je gevoel van geluk verbetert en je verbondenheid met anderen kan versterken. 

Ode is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen. Volg Ode ook op TwitterFacebook, en via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €5,00 per maand

Advertisement

3 comments

  1. Tijdens de nachtdienst zag ik een dakloze (althans, zo veronderstelde ik) de vuilnisbakken van het perron te grabbelen met de hoop iets eetbaars te vinden.

    Omdat ik dat geen prettig idee vond, besloot ik deze man wat eten te geven. De winkels op het station waren al dicht, dus ging ik de trap op richting het personeelsverblijf om iets uit de automaat ta gaan halen. Ook zette ik een verse bak koffie en zo ging ik weer naar beneden om de man te zoeken.

    Lang duurde het zoeken niet en ik vond hem voorover zittend op zo'n koude stalen bank op het perron. Ik bood hem de koeken uit de automaat en een bakje koffie aan. Gelukkig nam hij het aan, maar reageerde slechts met één vraag:

    "heeft u een sjaggie voor me?" waarop ik antwoordde dat ik niet rook. Enigszins teleurgesteld ging hij weer voorover zitten, maar nuttigde hij als troost een bakje koffie.

    Ook een collega maakte iets soortgelijks mee. Hij werd aangesproken door een zwerfster die geld vroeg voor een treinkaartje, Omdat hij geen geld bij zich had, maar toch wilde helpen vroeg hij aan haar waar zij heen moest met de trein. Na een korte stilte zei vertelde ze waar ze heen moest.

    Hij ging met haar naam de kaartjesautomaat waar hij zijn pinpas in deed. Toen de zwerfster doorhad dat hij geen geld, maar echt een kaartje wilde kopen reageerde zij geïrriteerd en liep ze weg.

    —-

    Mijn schoonzusje was harddrugs verslaafd en ook zij vroeg mijn vrouw en ik om geld voor sigaretten. Wij gaven haar een tientje en ook zij beet de woorden toe: "heb je niet meer bij je?"

    Wat ik hiermee zeggen wil is dat niet iedere dakloze, zwerver of drugsverslaafde zodanig helder van geest is om in staat te zijn om iemand te bedanken voor de hulp waarom in eerste instantie gevraagd wordt. Meestal wordt om geld gevraagd en meestal om drank/drugs of sigaretten te kopen.

    Ik wil nog altijd graag helpen, door een maaltijd aan te bieden of in ieder geval alles, als het maar niet om het in stand houden van een verslaving gaat en dat is vaak wel een dilemma.

    De samenleving is niet zoals het zou moeten zijn en ik besef dat achter iedere dakloze en /of drugsverslaafde een verhaal schuilt. Ik help dan ook liever een samenleving op te bouwen waarin iedereen vanaf de geboorte een minimale vorm van veiligheid krijgt, dan dat ik de verziekte samenleving help voort te bestaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *