De slager die zijn slachtdieren in de ogen kijkt

Foto: Martijn van Exel, Flickr

Elke maandag slacht Jan Voordouw 12 tot 15 koeien, 20 tot 30 varkens en soms een paar lammetjes. Hij kent ze: ze hebben twee of drie dagen in zijn stal gestaan, hij heeft ze gevoerd, tegen ze gepraat, ze aangehaald en gekeken wie er goed met elkaar overweg kunnen. Zo zijn ze helemaal tot rust gekomen. Als hun uur heeft geslagen, gaan ze in een vertrouwd koppel van twee koeien en vier of vijf varkens tegelijk. Zijn dochter Emmy en zijn zoon trekken de dieren aan een touw de slachtruimte in en Jan loopt er tussen – terwijl hij onophoudelijk tegen ze praat. ‘Ze kennen mijn stem: dat is de man die ons voert. Als ik ophoud met praten, staan ze meteen stil.’ De slachtruimte is licht en wit betegeld. ‘Ik zie ze altijd even kijken: het is hier zo anders dan in de stal.’ Als de dieren rustig naast elkaar staan, gaat Jan voor ze staan. Dan schiet hij de eerste koe een pin in haar kop. Zodra ze op de grond zakt, snijdt hij haar hals door. Voor de tweede koe in de gaten heeft wat er gebeurt, is het haar beurt.

(Advertentie)
Krijg snel de beste deal: vraag gratis en simpel offertes aan voor zonnepanelen, energiebesparing of een nieuwe CV-ketel.

Voordouw noemt dat ‘slachten met een zekere goedheid.’ ‘Wij mensen zijn van nature jagers’, zegt hij. ‘Dieren produceren voedsel en dat doen wij niet. Daarom vind ik dat wij een dier mogen doden. Maar wel met mate: onze overdadige manier van leven is niet meer te verantwoorden. Dieren zijn en blijven wezens met gevoel. Dat mag je nooit vergeten. Je mag ze wel doden, maar dat moet je doen op een goede manier en met een zekere goedheid: je moet dieren een gerust gevoel geven.’

Voordouw kijkt de dieren die hij slacht altijd in de ogen. Hij wil het zo zorgvuldig mogelijk doen. Als hij schiet, knippert hij met z’n ogen. Altijd weer. Wat dat is? ‘Je maakt toch een levend wezen dood. En ze vertrouwen me.’

Traditie

Een poosje geleden slachtte Voordouw een eigen koe. Hij had haar zeventien jaar gehad en ze ging achteruit. Toen ging het knipperen over in huilen. ‘Ik heb nog overwogen om het een ander te laten doen. Maar ik ben degene die beslist haar te slachten. Dan moet ik het ook zelf doen.’ Dat hij zelf koeien houdt, heeft hij meegekregen van zijn vader. Die was ook slachter, net als diens vader en diens vader. ‘Wij moesten als kinderen leren slachten. Maar we moesten eerst leren een beest groot te brengen. Want, zei mijn vader, dat is moeilijker dan het dood te maken.’

Dit is een fragment uit “Het dier is een mens geworden – Het dier is een ding geworden” van Marijke Verduyn; een boek dat beschrijft hoe we huisdieren de laatste decennia steeds meer als mensen zijn gaan behandelen terwijl ‘productiedieren’ steeds onzichtbaarder en anoniemer zijn geworden. (Uitgeverij Meinema 2012). In het januari/februari nummer van Ode vind je een interview met Marijke Verduyn. 

Advertisement

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *