Burgers nemen taak van banken over

Foto: Images of Money, Flickr

Banken durven bijna geen leningen meer te verstrekken. In Estland lenen burgers elkaar geld. Lees het persoonlijke relaas van Edward Lucas, correspondent voor Oost-Europa van The Economist.

Ik ben leningen gaan verstrekken aan volslagen vreemden – een heleboel zelfs. Ik ben niet gek, rijk of filantropisch. Het gaat om kleine bedragen. De garanties zijn in orde. Tot nu toe lossen de debiteuren hun leningen keurig af en houd ik er een leuke winst aan over. Nog leuker is dat ik het gevoel heb deel uit te maken van een revolutie die het westerse kapitalisme kan redden. En het gebeurt allemaal in Estland.

Het bankwezen is de zwakste plek van de economie. Het biedt karige, met allerlei vergoedingen overladen spaarproducten en veel te dure kredieten met nare, verborgen kosten. Tussenpersonen boeken kolossale winsten, vooral als zij hebzuchtig en roekeloos zijn. Als de zaken een verkeerde wending nemen, zoals onvermijdelijk gebeurt, krijgt de belastingbetaler de rekening gepresenteerd. Afgezien daarvan functioneert het overigens prima.

Alternatieven zijn dus welkom, zoals ‘peer-to-peer’-systemen, die kapitaalbehoeftigen en degenen die geld over hebben rechtstreeks met elkaar in contact brengen (er wordt aan verdiend door een vergoeding voor deze dienst te vragen). Zopa, een Britse ‘peer-to-peer’-firma, heeft sinds de start in 2005 al 260 miljoen pond (310 miljoen euro) uitgeleend.

Isepankur (wat ‘zelf-bankier’ betekent en klinkt als ‘easy-banker’) is een interessantere optie, omdat de firma kredieten ter beschikking stelt in landen waar het banksysteem minder ontwikkeld is. Esten (zelfs degenen wier kredietwaardigheid in orde is) betalen doorgaans een rente van 50 procent op niet-verzekerde leningen. Isepankur geeft mij en andere buitenstaanders de kans hen geld te lenen tegen een veel lagere rente – 28 procent is de norm.

Dat is heel lucratief: de beste spaarrente die ik bij een Britse bank kan krijgen, bedraagt nog geen 3 procent (en de helft van die magere opbrengst gaat naar de belastingdienst).

Een lening van 2.600 euro tegen 12% rente

Isepankur opende eind vorig jaar ook zijn deuren voor beleggers van buiten Estland. Ik begon met een inleg van een paar honderd euro – en kreeg onmiddellijk een telefoontje van de directeur. Dat was een indrukwekkend staaltje van klantenbinding. (Ik heb sindsdien geholpen het Engels op de website wat te verbeteren).

De potentiële debiteuren moeten de crediteuren van hun kredietwaardigheid overtuigen. ‘Tanelvakker’ is bijvoorbeeld een telefoontechnicus die zijn flat wil renoveren. Hij wilde 2.600 euro lenen, voor 36 maanden, tegen een rente van 12 procent. Hij is alleenstaand en verdient 2.500 euro per maand. Hij zou maandelijks 86 euro moeten aflossen. Ik keek naar zijn overige uitgaven (hypotheek, betalingen voor zijn lease-auto en een creditcard) en kwam tot de conclusie dat hij zich dat makkelijk zou kunnen veroorloven. Dus leende ik hem 10 euro, en tientallen anderen deden hetzelfde. Hij maakt nu iedere maand een vast bedrag over aan Isepankur, dat het geld tussen ons verdeelt. Als hij in gebreke blijft, verkoopt Isepankur de lening aan een incassobureau.

Lees het volledige artikel uit European Voice in een Nederlandse vertaling op de site van Presseurop.

Bron: 360, het beste uit de internationale pers.

Koop 360 in de kiosk, de app store of neem een voordelig kennismakingsabonnement (8 nummers voor 15 euro). Volg 360 ook op Twitter of Facebook.

Meer van 360

Het eeuwige leven van de plastic zak

De volgende coup voorspellen

Zelfs voor migranten is geen droog brood meer te verdienen in Griekenland

Advertisement

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *