Filosoof pakt achterstandskinderen aan met judo en tuinieren

Foto: Sebastiaan ter Burg, Flickr

Henk Oosterling is een fenomeen. Zelf van zeer bescheiden (arbeiders) afkomst, werkte hij zich via MULO en Havo omhoog om in 1996 cum laude af te studeren in de wijsbegeerte. Hij was onderwijzer, milieuactivist en deed nog veel meer. Zijn leven draait om evenwicht: tussen denken (filosofieles geven) en doen (praktische en sociale vaardigheden aanleren). De ene helft van de week is hij hoofddocent filosofie, de andere helft leert hij kinderen uit achterstandswijken zich bewust te worden van elkaar, van wat ze eten en wat ze kunnen. Een doorslaand succes. Oosterlings aanpak zie je inmiddels terug in landen als Griekenland en Brazilië. Deze maand verschijnt zijn boek Doendenken.

Voor hij afstudeerde, was hij ook in 1983 nog eventjes Nederlands kampioen kendo, Japans zwaardvechten dat de zelfbeheersing traint en niet het ego maar de relatie tussen mensen centraal stelt. Kinderen op de openbare basisschool in de Rotterdamse Bloemwijk leert hij vanuit dezelfde uitgangspunten judo. Judo is de meest vredelievende vechtsport, gericht op conflictbeheersing, maar kent ook risico’s en heeft dus strenge regels. Oosterling merkt dat kinderen die regels ook op het schoolplein toepassen en ziet de effecten: minder korte lontjes; aanraken wordt veel minder beladen en gebeurt hierdoor vredelievender. ‘Irenisch’ noemt hij het. Zo leren ze de grenzen en mogelijkheden van hun lichaam begrijpen. De sociaal-emotionele ontwikkeling vaart er wel bij.

Fysieke integriteit

Die judolessen maken deel uit van een veel breder programma Fysieke Integriteit. 90 procent van de kinderen heeft een multiculturele achtergrond. Naast extra taal en rekenen krijgen ze zes uur les in judo, koken, tuinieren, natuur- en milieueducatie en filosofie. Oosterling noemt dit interventie met eco-sociale inslag. Eerst moeten kinderen lekker in hun vel zitten voordat samenleven en lessen opnemen goed gaat, is het uitgangspunt. Dat begint met goed eten. Het programma ontwikkelt de smaaksensibiliteit. Dat gebeurt met kooklessen in een speciaal voor dit doen gebouwde schoolkeuken. Vier keer per week eten driehonderd leerlingen daar een warme, verse, gezonde maaltijd. Moeders en stagiaires helpen.

Na lichaamsbewustzijn en ontwikkeling van smaak is omgevingsbewustzijn een volgende eco-sociale stap. Maar die is moeilijk in een omgeving met weinig groen en veel auto’s. Daarom zijn bij de school drie wijktuinen aangelegd waar kinderen zelf groente, kruiden en fruit verbouwen. Tuinieren, zaaien en oogsten doet je begrijpen waar je eten vandaan komt en hoe in de natuur alles werkt volgens kringlopen. In aanvullende ecologielessen leren ze hun ervaringen verbinden met grotere als luchtvervuiling, klimaatverandering en het wereldvoedselprobleem. Kinderen krijgen daarna les in leren luisteren en argumenteren. Zo leren ze ‘in ‘ een situatie staan, in plaats van zich af te zetten.

Vakmanstad

De effecten van deze gecombineerde aanpak zijn opzienbarend. Het programma loopt nu 4 jaar en nu al zijn de kinderen veel rustiger dan op vergelijkbare scholen in de buurt. Cognitief zijn ze gegroeid van ernstige leerachterstand naar 3 punten boven het landelijk gemiddelde. De methode is een doorslaand succes en soortgelijke benaderingen worden nu toegepast in Brazilië, Mexico en Griekenland, steeds aangepast aan lokale omstandigheden. Degenen die het project uitvoeren zijn de grote voorbeelden: Oosterling neemt alleen mensen aan die naast coördineren ook bijvoorbeeld willen uienschillen.

Oosterlings ecosociale oplossing luidt: geen afval meer en ook geen ‘sociaal afval’: gemarginaliseerde mensen. En hij heeft nog meer noten op zijn zang. In zijn boek Doendenken dat deze maand verschijnt, doet Oosterling uitgebreid verslag van zijn project Rotterdam Vakmanstad, een parttime baan voor deze doener die drie dagen in de week universitair hoofddocent is in filosofie. En op andere dagen in de week gemarginaliseerde jongeren helpt hun plek weer te vinden in de maatschappij.

Herwaardering

Vooral vakmanschap is ondergesneeuwd. Onderwaardering voor dit werk leidde tot sociale problemen. Veel jongeren voelen zich niet prettig in een samenleving waarin alles draait om netwerken en media. Duurzaam, innovatief vakmanschap betekent tegelijk economisch en ecologisch, in een wereld die gericht op duurzaamheid. Hiermee kun je banen scheppen met vooruitzichten en toekomst voor de jongeren.

Oosterling vindt vele tegenstellingen kunstmatig: lichaam en geest, privé en openbaar, individu en samenleving, ecologie en economie. Hij zoekt hierin het ‘irenische momentum’. Irene is het Griekse woord voor vrede. Samenwerken kan alleen in vrede. Met participatie, educatie en communicatie wil hij de natuurlijke nieuwsgierigheid van jongeren stimuleren. Hij wil hen trainen in aandacht en concentratie en hen vooral ook praktische en sociale vaardigheden bijbrengen in de projecten het Vakhuis en de Vakwerf.

Voor Oosterling is afval hetzelfde als uitsluiting. Hij streeft naar een wereld waarin alles inclusief is: mensen en grondstoffen zijn daar nooit overtollig en maken altijd deel uit van een zinvol geheel. Afval is materiaal dat op de verkeerde tijd op de verkeerde plek ligt. Dat geldt ook voor gemarginaliseerde mensen: voor iedereen is er een zinvolle plaats en tijd te vinden.

Bron: Milieudefensie

Lees ook

Verbouw je eigen groente…in een emmer

Foodwatch start burgerinitiatief tegen kindermarketing

Vijf manieren om je kind van voedsel te leren houden

Advertisement

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *