Investeren in kunst helpt IJsland de crisis te overwinnen

Foto: Trevor Pitchard, Flickr

Waar de financiële instorting van IJsland in 2008 gewoonlijk wordt gezien als een bron van vragen en antwoorden over de crisis, zouden we ons misschien eens moeten verdiepen in een paar oplossingen. In tegenstelling tot Zuid-Europa, waar bezuinigingen en belastingverhogingen vooral de culturele sector hebben getroffen, heeft dit land ter grootte van Portugal en met slechts 320.000 inwoners, sinds 2008 veel aandacht besteed aan de creatieve sector.

De bijdrage van cultuur aan de economie (ongeveer 1 miljard euro per jaar) is nu twee keer zo groot als die van de landbouw en wordt alleen overtroffen door de legendarische export van kabeljauw (en andere vis) naar de rest van Europa, nog altijd de belangrijkste economische activiteit van het land. En dat is deels te danken aan een klein vrouwtje van 37 jaar, de minister van Cultuur, die zich de afgelopen vier jaar sterk heeft gemaakt voor de sector en geen vragen accepteerde in de trant van “Waarom geld geven aan kunstenaars?”. Integendeel, zij heeft hen tot de hoofdpersonen gemaakt van het recente economische succes.

Rijkdom door kunst

De werkloosheid bedraagt nu 5,7% en de economie groeit met 3% per jaar. De munt is weliswaar gedevalueerd en het land heeft niet de banken gered maar de buitenlandse schuld afgelost. De vooruitgang is echter voor een belangrijk deel te danken aan de artistieke “New Deal”. Maar op 27 april aanstaande, als in IJsland de eerste verkiezingen sinds de crisis worden gehouden, zou alles kunnen veranderen.

We zijn kort van memorie. De conservatieve partij, aan de macht toen de hel losbrak (de beurs zakte in met 90% en het bnp daalde met 7 punten), gaat nu op kop in de peilingen. De coalitie van Groenen en sociaaldemocraten, waartoe premier Jóhanna Sigurdardóttir behoort (de eerste vrouw in deze functie), heeft het zwaar te verduren.

De charismatische minister van cultuur, Katrin Jakobsdóttir, windt er geen doekjes om. Ze ontvangt El País voor een gesprek over haar beleid, symbolisch toegelicht aan de hand van de bouw van Harpa, een spectaculair auditorium in de haven van Reykjavik waar ze vanuit haar werkkamer op uitkijkt. Toen de crisis begon, werd het werk stilgelegd. Zij was echter vastbesloten het te gebruiken als metafoor voor de plannen om rijkdom te creëren door kunst te bevorderen.

Jongeren komen voor de muziek

“Wij zien cultuur als de basis van creatieve bedrijvigheid, een steeds belangrijker onderdeel van onze economie. Toen ik minister werd, zag ik het als een kwestie van overleven. En dat is precies wat ik er bij iedereen in wil hameren: cultuur is een economische factor van belang. Er wordt evenveel mee verdiend als met de hele aluminiumindustrie.”

De regering is gaan bezuinigen op onderdelen van de organisatie. Ministeries zijn uitgedund en overheadkosten zijn omlaag gebracht. Maar er is meer geld gegaan naar onafhankelijke culturele projecten. Een gewaagde combinatie van overheidsgeld en private middelen, maar zonder dat de staat het cultuur- en onderwijsbeleid uit handen geeft.

Lees het volledige artikel uit El País in een Nederlandse vertaling op de site van Presseurop.

Bron: 360, het beste uit de internationale pers.

Koop 360 in de kiosk, de app store of neem een voordelig kennismakingsabonnement (8 nummers voor 15 euro). Volg 360 ook op Twitter of Facebook.

Meer van 360

Ook seksueel misbruik door Duitse nonnen

Wit zijn in Philadelphia

Jeroen Dijsselbloem pokert om Cyprus

Advertisement

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *