Het Grote Visserijdebat: op winst beluste vissers vs. doemdenkende milieuactivisten

Vissen. Foto: Michael Hall, Flickr
Vissen. Foto: Michael Hall, Flickr

Gastbijdrage door Maarten Kuiper, in het kader van het Food Film Festival (FFF) dat gehouden wordt van 9 – 11 mei in de Westergasfabriek in Amsterdam. Op het festival kun je je volledig onderdompelen in de wereld van eten, met de beste foodfilms, shows, debatten, workshops en het FFF restaurant met sterrenchef. FFF is een initiatief van de Youth Food Movement.

Naast films, eten en workshops, zijn er op het Food Film Festival events. In deze (gratis!) debatten of talkshows gaan we dieper in op de belangrijkste voedselvraagstukken van het moment. Nu: Het Grote Visserij Debat.

To fish or not to fish? Dat is de vraag. Dagelijks lezen we berichten over overbevissing, giftige stoffen, antibiotica en schade aan bodem en ecosystemen. Aan de andere kant horen we dat regelmatig vis eten gezond is. De best verkochte visproducten in Nederland zijn vissticks, tonijn uit blik en tilapia uit Azië, terwijl vis uit de Noordzee voor bodemprijzen naar het buitenland gaat. Het Food Film Festival zoekt elk jaar een heet hangijzer uit de voedselpolitiek en wijdt daaraan een debat. Dit jaar gaat het debat over de visserij. Een op het eerste gezicht gesloten sector die over een vrij onzichtbaar gebied, de zee, ‘heerst’.

De Nederlandse vissers zijn het zo langzamerhand wel een beetje zat. Zij ervaren dat ze door negatieve berichtgeving over visserij worden weggezet als onverantwoordelijke, op winst beluste bruten die willens en wetens nog snel de laatste vis wegvangen voordat een concurrent het doet. Geheel onterecht, vinden ze. Maar kan je het de consument kwalijk nemen? Dagelijks worden zij gebombardeerd met angstaanjagende nieuwsberichten waarin gerenommeerde wetenschappers in uitgebreide internationale studies waarschuwen voor de impact die de massale visvangst en vervuiling op de visbestanden heeft.

De grootste soorten die op commerciële schaal gevangen worden, staan bijna allemaal onder druk en hele ecosystemen dreigen als dominostenen om te vallen. Het gevoel dat je er als leek aan over houdt doet denken aan het gevoel over klimaatsverandering: het is een onoverkomelijk probleem en de mens loopt met open ogen op de afgrond af.

Is het dan echt zo erg? Zijn er aan het eind van deze eeuw alleen nog kwallen en zeekomkommers te vinden in de oceaan? Zullen alle koraalriffen opgelost zijn in de steeds zuurder worden oceanen? Moeten we direct stoppen met alle visactiviteit? Of zijn het overdreven, opgeklopte verhalen die ons worden aangesmeerd door doemdenkende milieuactivisten?

Het antwoord is niet eenduidig, maar met zekerheid valt te zeggen dat het wel eens beter met het zeeleven is gegaan. In 1950 werd er wereldwijd 20 miljoen ton wilde vis gevangen. Vandaag de dag is die hoeveelheid ruim 4,5 keer zo groot: 90 miljoen ton. De schepen en vismethoden zijn in deze zeer korte periode enorm veranderd. We zijn dus veel meer en op een heel andere manier gaan vissen. Werd vroeger alle vangst zo snel mogelijk vers verkocht, tegenwoordig worden hele vangsten direct na het binnenhalen, ingevroren en de hele wereld over getransporteerd. Soorten met een lage marktwaarde worden op grote schaal gevangen om te worden verwerkt tot vismeel dat óf als voedingssupplement aan veevoer wordt toegevoegd, óf wordt gevoerd aan kweekvissen. En dat is nog afgezien van de vervuiling, verzuring en klimaatsverandering.

Aan de andere kant is het onmogelijk om zomaar te stoppen met visserij. De mens is daarvoor veel te veel op vis aangewezen als voedselbron. Met name in veel ontwikkelingslanden vormt vis voor velen de enige betaalbare bron van eiwitten. In de armste landen voorziet vis gemiddeld in een kwart van de geconsumeerde dierlijke eiwitten. In veel landen met een uitgebreide visserij ligt dat aandeel vaak nog veel hoger, rond de vijftig procent.

Nog afgezien van de menselijke afhankelijkheid van visvangst, zijn met name de kleine, lokale vissers de belangrijkste verbinding tussen mensen en het leven in de zee. Het zijn die vissers die uit de eerste hand ervaren hoe visstanden op en neer gaan, welke invloed bepaalde vangsttechnieken hebben en hoe soorten migreren onder invloed van klimaatsverandering. Die kennis verliezen zou dramatisch zijn. Het zou de oceanen overlaten aan grote internationale reders die vaak veel minder verbonden zijn met het lokale ecosysteem.

Ondanks al deze enorme belangen lijken visserij en het leven op zee veel gewone mensen maar matig te interesseren. Dat heeft verschillende oorzaken. In de eerste plaats snappen wij vissen niet zo goed. Ze leven immers onder water. Dus afgezien van een paar BBC-documentaires blijven vissen nagenoeg onzichtbaar.

Een andere reden is het grote aantal soorten vis die we kunnen eten. De FAO (Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties) houdt gegevens bij over zo’n duizend soorten wilde vis. Dit terwijl er toch ruim 16 duizend soorten bekend zijn. Niet allemaal zijn ze even geschikt voor menselijke consumptie, sommigen zijn giftig, andere zitten vol graten en weer andere zijn gewoon niet zo lekker. Maar honderden soorten zijn dat wel. Die vallen voor de gemiddelde consument simpelweg onder de noemer ‘vis’. Maar al die verschillende vissoorten hebben wel hun eigen manier van leven. Het zijn wilde soorten die gevoelig zijn voor allerlei veranderingen. De visstand, de manier van voortplanten en opgroeien en de weerstand tegen het wegnemen van een deel van het bestand; alles verschilt per soort. De consument kent die verschillen niet. Vergelijk het met vlees: een vleeseter kiest tussen kip, varken of rund. Misschien af en toe een lam of een geit, maar dat was het wel.

En ook aan de kant van de vissers zitten grote verschillen per vissoort: de vangstmethoden, de marktprijzen, de populariteit in verschillende landen. Nederlandse vissers vangen veel platvis. Ruim twee derde van die vangst wordt geëxporteerd, simpelweg omdat Nederlanders het niet heel graag eten. Hun voorkeur gaat volgens marktonderzoeker GfK uit naar goedkopere soorten als kweekzalm en tilapia. Tachtig procent van alle vis die Nederlanders in 2012 kochten, kwam uit de supermarkt, bleek uit cijfers van dit onderzoeksbureau.

En dat is wat de Nederlandse vissers zat zijn: de consument heeft onder invloed van de berichtgeving zijn oordeel klaar, maar heeft zich ondertussen niet verdiept in hoe de visserij werkt en hoe vissen leven. De consument eet vissticks in grote hoeveelheden en ziet de vissers als maffia. Hoog tijd om elkaar weer op te zoeken en zelf een oordeel te vellen. Tijdens het Grote Visserij Debat komt de hele keten aan bod, van kotter tot afslag en van handel tot viseter. Een unieke gelegenheid om een groot aantal Nederlandse vissers te ontmoeten en te bevragen. Hun karakters zijn even uiteenlopend als de vissen waarop ze vissen, maar je kunt er in ieder geval van uit gaan dat ze er niet op uit zijn om als eerste de laatste vis te vangen.

Het grote visserijdebat vind zaterdag 10 mei om 14.00 uur plaats in het Machinegebouw. Toegang gratis

Advertisement

2 comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *