Waarom je moet oppassen als mensen “eerlijk over eten” zijn

Als ik de term ‘eerlijk over eten’ hoor, gaan bij mij de alarmbellen doorgaans flink rinkelen. Tik je dit in bij Google, dan kom je als eerste terecht op de site van het Voedingscentrum. Maar wie bepaalt eigenlijk wat ‘eerlijk’ is? Het Voedingscentrum? De voedingsmiddelenindustrie? De WUR? Het ministerie van EZ? Hier wringt de schoen.

De term ‘eerlijk’ lijkt steeds meer gekaapt door instanties en marketeers, net als de kreten echt, ambachtelijk, fair, streek, puur, authentiek, duurzaam en zelfs biologisch. ‘Gezond’ is als de industrie een vinkje of een klavertje vier op een product heeft geplaatst omdat het ietsje minder zout en ietsje minder vet bevat. Allemaal willen ze ons met plaatjes van ontspannen ogende boeren laten geloven dat die boer de hele dag bezig is zijn zongerijpte tomaten met zorg voor ons te plukken. Of dat zijn koeien dag en nacht in de wei huppelen terwijl hij knipoogt naar aantrekkelijke dames. Dik betaalde bijlages over de duurzaamheid van ons voedsel bij De Telegraaf, NRC en het Financieel Dagblad bevestigen dit beeld. De boodschap: “Consument, gaat u vooral rustig slapen. Wij waken over uw gezondheid en die van de aarde”. Afzender: de voedingsmiddelenindustrie.

Foto: Henk Wildschut / Rijksmuseum
Wie is er echt eerlijk over eten? Foto: Henk Wildschut / Rijksmuseum
Mijn waarheid is dit niet. Ik voel me meer thuis bij de foto’s van Henk Wildschut die een half jaar geleden in het Rijksmuseum hingen en waarvan een prachtig boek verscheen. ‘Voedsel’ heet zijn project simpelweg. Realistische plaatjes van de voedingsindustrie maakte hij, in een oprechte poging op te tekenen wat hij zag. Veel machines zien we. Om patat te maken, of haringen te fileren. Mensen zien we ook. Die machines bedienen, zich van top tot teen wassen voordat ze de varkensstal mogen betreden of uitrusten tussen duizenden opeengepakte kippen. De kracht van zijn foto’s is dat het niet sentimenteel is. Het is gewoon de realiteit van een land dat de tweede voedselexporteur ter wereld is.

Al die ruis, claims, labels en romantiek hebben tot gevolg dat de consument niet meer snapt wat gewoon goed eten is. En hoe het eigenlijk gemaakt wordt. Goedbedoelde initiatieven die het anders willen, bedienen zich helaas van dezelfde marketingtrucs waardoor het wantrouwen van consumenten alleen maar groter wordt. Wordt het niet eens tijd vaart te maken met een beweging van consumenten en producenten die zelf bepalen wat ‘gewoon goed’ eten is? Die van elkaar snappen hoeveel moeite het kost om al die producten die wij dagelijks eten van het land en in de schappen van de winkel te krijgen? En dat het vertrouwen in de voedselketen alleen weer opgebouwd kan worden als die twee elkaar begrijpen en verantwoordelijkheid willen nemen voor elkaar? Gelukkig is die beweging onder de oppervlakte, op coöperatieve markten, in garageboxen en bij afhaalpunten volop gaande. Is dat misschien waar de food-revolution begint?

Sandra van Kampen is adjunct-directeur en transitiemanager voedsel bij Urgenda. Urgenda is de actie-organisatie voor duurzaamheid en innovatie die Nederland, samen met bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en particulieren, sneller duurzaam wil maken.

Lees ook
[adrotate group=”1″]
Zo wordt een treinstation de gezondste plek van Nederland
Melk, toetjes en kaas van 100% grasgevoerde koeien

Advertisement

2 comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *