Windmolens op het windpark Sheringham Shoal Offshore Wind Farm. Foto: wikimedia commons

Factcheck: worden wij misleid door de “windillusie”?

(Gastbijdrage door Jasper Vis). In Elsevier van 14 juni staat  een kritisch stuk van Syp Wynia over windenergie onder de titel ‘Hoe de windillusie u misleidt’ (€0,29 bij Blendle). Dat klinkt niet best, dus hoog tijd voor een factcheck. Ik kon eerlijk gezegd de illusie noch de misleiding vinden.

1. De Amerikaanse politicus Al Gore bracht de leiders van de Europese Unie eind 2006 het hoofd op hol met zijn klimatologische armageddon. [..] Zo kwamen we aan de ambitieuze klimaatdoelstellingen die in die dagen in Brussel werden vastgesteld.

Klimaatbeleid dateert niet van 2006 en werd niet uitgevonden door Al Gore. Al in 1992 werd het internationale klimaatverdrag gesloten. Niet omdat Al Gore zei dat dat moest, maar omdat duidelijk was dat klimaatverandering tot flinke problemen kan leiden. Belangrijkste doelstelling van het klimaatverdrag is ‘”het stabiliseren van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op een zodanig niveau, dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat wordt voorkomen”’. Het verdrag is geratificeerd door 192 landen.

In 2007 stelde Europa de doelstellingen voor 2020 vast voor CO2-uitstoot, energiebesparing en duurzame energie. Deze doelstellingen werden wellicht in Brussel vastgesteld, maar dat gebeurde in onderhandeling tussen de Europese landen. Nederland zegde toe dat in ons land in 2020 14% van ons energiegebruik duurzaam zal zijn. Dat is een relatief laag percentage vergeleken met de rest van Europa, wat recht doet aan onze omstandigheden (dichtbevolkt land, weinig waterkracht door gebrek aan bergen en weinig eigen biomassa door gebrek aan uitgestrekte bossen). Hieronder een grafiek met de duurzame energiedoelstelling voor de Europese landen.

2020 targets renewable energy EU-27 countries Nederland met pijltje

Overigens investeert niet alleen Europa in duurzame energie. China en de Verenigde Staten zijn de landen met de grootste duurzame stroomproductie in de wereld.

2. Diederik Samsom van de PvdA kreeg [in het Regeerakkoord van 2012] voor zijn medewerking hogere en genivelleerde belastingen. Plus, minder opgemerkt, een ambitieuze klimaatagenda.

Het Regeerakkoord bevat geen ambitieuze klimaatagenda. Het zegt dat Nederland inzet op een ambitieus internationaal klimaatbeleid. Op dit punt bevat het Regeerakkoord geen concrete acties. Het Regeerakkoord heeft wel een concrete doelstelling voor duurzame energie: 16% van het totale Nederlandse energiegebruik moet in 2020 duurzaam zijn. In 2012 was dat 4%.

Nu zult u zeggen: ambitieuze klimaatagenda of ambitieuze duurzame energie-agenda, wat is het verschil? Meestal zou ik daar in een algemeen stuk niet direct over vallen, want duurzame energie helpt ook om klimaatverandering binnen de perken te houden. Maar verderop in zijn stuk neemt Wynia ons –terecht- de maat over het verschil tussen energie en elektriciteit (zie punt 5). Dan mogen we van hem ook de nodige precisie verwachten als het gaat om het verschil tussen klimaatbeleid en duurzame energiebeleid:

  • Klimaatbeleid: reduceren van de uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2, methaan, lachgas en een aantal fluorverbindingen) om klimaatverandering binnen de perken te houden. Dit is te bereiken met onder andere energiebesparing, duurzame energie, CO2-opslag, kernenergie.
  • Duurzame energiebeleid: verhogen van het gebruik van duurzame energiebronnen (zoals zon, wind, waterkracht, biomassa, aardwarmte). Duurzame energie leidt tot lagere uitstoot van broeikasgassen, maar verkleint ook de afhankelijkheid van de import van fossiele brandstoffen (denk aan gas uit Rusland).

Bij het beoordelen van de doelstelling voor duurzame energie is het interessant te weten wat het verkiezingsprogramma van de VVD in 2012 zei over duurzame energie: “De VVD streeft ernaar dat in 2020 14% van de energie duurzaam is”. Niet zoveel lager dan wat er in het Regeerakkoord staat dus. En zoals we hieronder zullen zien precies het doel dat in het Energieakkoord terecht gekomen is.

3. Dat Energieakkoord mocht wat kosten: 18 miljard euro in tien jaar, voornamelijk te besteden aan honderden extra windmolens, te land en ter zee.

Het Energieakkoord verengen tot windenergie is op zijn minst een beetje flauw. Het akkoord bevat 10 pijlers gericht op onder andere energiebesparing, kolencentrales, kleinschalige duurzame energie en CO2-handel. In het Energieakkoord is de doelstelling van 16% duurzame energie uitgesteld tot 2023 en voor 2020 de doelstelling van 14% terug gehaald.

Om deze doelstellingen te halen wordt ingezet op feitelijk alle vormen van duurzame energie die in Nederland voorhanden zijn: wind, zon, aardwarmte, biomassa. Deze tabel van PBL laat zien hoe de groei verdeeld is over deze duurzame energiebronnen.

Image

Het bedrag van 18 miljard euro waar Wynia naar refereert wordt niet in 10 jaar uitgegeven, maar in de periode 2013-2038, dat wil zeggen in 25 jaar. Duurzame energieprojecten ontvangen subsidie voor een periode van 15 jaar. De laatste projecten uit het Energieakkoord moeten in 2023 gaan draaien en krijgen dan tot 2038 subsidie.

4. Over de extra kosten per huishouden wordt nog geruzied, maar vaststaat dat het minstens honderen euro’s per jaar zijn – volgens sommigen meer dan 1.000 euro. In het ergste geval is een werknemer met een minimumloon per jaar een groot deel van een nettomaandsalaris kwijt aan het Energieakkoord.

Ik heb geen enkele serieuze berekening gezien die zegt dat een huishouden 1000 euro per jaar kwijt zou zijn aan het Energieakkoord. Het getal werd genoemd door de ‘groene rekenkamer’ in een rapport dat ik eerder aanduidde als ‘brandhout’ en dat doe ik niet snel. Minister Kamp reageerde in antwoord op kamervragen al meer dan eens op deze spookverhalen.

5. Berichten waarin wordt beweerd dat de windmolens ‘de energie’ voor duizenden of honderdduizenden huishoudens gaan leveren, zijn het meest misleidend. [..] Van die energieconsumptie door huishoudens bestaat slechts een kwart uit stroomconsumptie in en om het huis.

Wynia heeft gelijk dat het misleidend is om te zeggen dat windmolens het energiegebruik van bepaald aantal huishoudens leveren als er een vergelijking wordt gemaakt op basis van het stroomgebruik. Huishoudens verbruiken namelijk ook gas en brandstof voor hun auto. Maar wie maakt zich dan schuldig aan deze misleidende vergelijking? Eens even googelen (meest concrete hits bij zoekopdracht ‘windmolens huishoudens’):

  • Windenergie Energie Associatie NWEA zegt dat een moderne windturbine van 3 MW genoeg stroom levert voor bijna 2000 huishoudens.
  • Essent zegt dat twee nieuwe ‘superwindmolens’ van 6,15 MW in de Eemshaven genoeg groene stroom leveren voor 10.000 huishoudens.
  • Windgroep Goeree-Overflakkee heeft het over een klein windpark van 9 MW dat elektriciteit kan leveren voor 5400 huishoudens.
  • Het artikel op wikipedia over windturbines in Flevoland stelt dat het windpark Zuidlob van 122 MW stroom kan leveren voor 90.000 huishoudens. Nuon meldt over hetzelfde park op haar website dat het 88.000 huishoudens van duurzame stroomkan voorzien.
  • Het Eneco windpark in Delfzijl gaat groene stroom leveren voor 60.000 huishoudens
  • Ook op de website van de Rijksoverheid voorzien windparken huishoudens van stroom of elektriciteit

Het lijkt dus erg mee te vallen met de berichten waarin wordt beweerd dat windmolens de ‘energie’ kunnen leveren van een bepaald aantal huishoudens. Het zal ongetwijfeld wel eens misgaan, maar het gebeurt zeker niet structureel.

De volgende vraag is of het misleidend is om de stroomproductie van windmolens uit te drukken in een aantal huishoudens. Is dat misleidend omdat huishoudens maar een kwart van de elektriciteit in Nederland gebruiken? Ik denk dat het vooral een poging is om een grote hoeveelheid stroom enigszins voorstelbaar te maken. Weet u wat het betekent als een windmolen 6,6 GWh per jaar produceert, of 6,6 miljoen kWh? Of is het beter te begrijpen als we zeggen dat het evenveel stroom is als 2000 huishoudens in een jaar gebruiken?

Niet alleen de stroomproductie van windmolens wordt uitgedrukt in een aantal huishoudens. De nieuwe kolencentrale van Essent in de Eemshaven kan 2,5 miljoen huishoudens van stroom voorzien. De kerncentrale in Borssele kan volgens dagblad Trouw ongeveer 1 miljoen huishoudens van stroom voorzien. En de maximale stroomproductie van de gascentrale Enecogen van Eneco en DONG Energy komt overeen met het elektriciteitsverbruik van 1,4 miljoen huishoudens, terwijl de Hemweg 9 centrale van Nuon 750.000 huishoudens van stroom kan voorzien.

Ook de capaciteit van gasopslagen zoals die van Eneco of TAQA Energy wordt uitgedrukt in het aantal huishoudens dat er paar jaar mee van gas voorzien kan worden. De gasproductie van GDF Suez in Nederland is goed voor de jaarlijkse gasvoorziening van ongeveer 4 miljoen huishoudens. Terwijl ook gas niet alleen door huishoudens gebruikt wordt.

Het valt in mijn ogen wel mee met die misleiding. En als u het misleiding vindt, dan doen we dat in commissie bij vele vormen van energieproductie en zeker niet alleen bij windenergie.

6. Zelfs als al die geplande, zwaar gesubsidieerde windmolens permanent zouden draaien -wat ze niet doen: veel te vaak waait het niet of juist te hard- dan zouden er nog minstens driemaal zo veel moeten komen om alleen al alle huishoudens van stroom te voorzien.

Fout.

De windmolens die er komen op land (6000 MW) en op zee (4450 MW) produceren volgens het PBL in 2023 in het totaal 123 petajoule elektriciteit per jaar (zie de tabel hieronder). Volgens het CBS gebruikten alle huishoudens in Nederland in 2013 samen 91 petajoule aan elektriciteit. De geplande windmolens produceren dus juist 1,4 maal zoveel stroom als alle huishoudens samen gebruiken.

Image

7. Maar alle bedrijven -verreweg de grootste verbruikers- zouden hun stroom dan van kolen- of gascentrales moeten betrekken. Of van Franse kerncentrales.

In vervolg op punt 6. is ook dit niet correct. In 2023 is de totale duurzame elektriciteitsproductie zo groot dat 40-45% van alle elektriciteit in Nederland uit duurzame bronnen wordt opgewekt. Dit komt niet alleen uit windenergie, maar ook uit biomassa en zonne-energie. Huishoudens gebruiken ongeveer 25% van de stroom in Nederland, dus ook een aanzienlijk deel van het stroomgebruik van bedrijven kan tegen die tijd gedekt worden met duurzame energie.

Dit betekent uiteraard dat in 2023 nog 55-60% van de Nederlandse elektriciteit uit conventionele bronnen zal komen. En 84% van het totale energiegebruik. Ik geloof niet dat iemand dat ooit ontkent heeft, dus dit kan de illusie niet zijn waar de titel van het artikel op wijst.

8. De gewone elektriciteitscentrales moeten trouwens toch al altijd draaien omdat we het begrijpelijkerwijs niet acceptabel vinden als de stroom uitvalt wanneer het even niet waait.

De suggestie dat alle elektriciteitscentrales altijd moeten draaien getuigt van weinig inzicht in de elektriciteitsproductie. Iets vergelijkbaars wordt regelmatig geroepen, dus staat u mij toe dat ik hier wat meer woorden aan vuil maak.

Iedere partij met een aansluiting op het landelijke elektriciteitsnet moet elke dag aangeven hoeveel stroom hij de volgende dag uit het net gaat afnemen (bijvoorbeeld om aan klanten te leveren) en waar hij deze stroom vandaan gaat halen. Of andersom: een producent moet aangeven hoeveel stroom hij denkt te gaan leveren en wie die stroom gaat afnemen. Als er een verschil is tussen de geplande hoeveelheden en de daadwerkelijke hoeveelheden (‘onbalans’), dan heeft dat financiële consequenties voor de programmaverantwoordelijke.

TenneT zorgt als beheerder voor balans op het hoogspanningsnetwerk. Daarvoor heeft ze contracten gesloten voor de levering van regel- en reservevermogen, bijvoorbeeld centrales die extra stroom kunnen leveren als dat  nodig is. De kosten hiervan worden in rekening gebracht bij de partij die de onbalans veroorzaakt. Daarnaast heeft TenneT de beschikking over noodvermogen voor crisissituaties. Er wordt geen specifiek vermogen gereserveerd voor windenergie. Er is regel-, reserve- en noodvermogen beschikbaar voor alle verschillende oorzaken van onbalans, niet specifiek voor windenergie. Er kan meer stroomvraag zijn dan verwacht (bijvoorbeeld als het kouder is), er kan een conventionele centrale uitvallen of een kabel met het buitenland beschadigd raakt (zoals de kabel met Noorwegen tijdens de storm in oktober 2013). Dit vermogen is beschikbaar, maar wordt alleen ingezet als het nodig is.

Het is dus van groot belang een zo goed mogelijke voorspelling te hebben van de hoeveelheid stroom die een windpark de volgende dag kan produceren. De onderstaande grafiek van het onvolprezen Fraunhofer-ISE laat dit zien voor het 2013 in Duitsland. Op de y-as staat de stroomproductie door windturbines in Duitsland die een dag van tevoren verwacht werd en op de x-as de daadwerkelijke productie. Elke groene stip in de grafiek is een uur. Het is duidelijk te zien dat verreweg de meeste stip liggen rond de diagonale lijn in het midden waarop de daadwerkelijke productie gelijk is aan de verwachte productie.

Image

Als je een dag van tevoren weet dat het veel gaat waaien, hoef je minder stroom in te kopen of centrales laten draaien. Als je weet dat het windstil zal zijn, moet je meer inkopen of meer centrales laten draaien.

Voor de liefhebbers: voor veel landen kunt u dagelijks zien hoe de stroomproductie is samengesteld en welke rol windenergie speelt.

De voorspelling van de hoeveelheid windenergie wordt steeds beter zoals hieronder te zien is voor Spanje. De grafiek (uit windenergie technologie roadmap van IEA) laat zien hoe de gemiddelde afwijking tussen voorspelling en de daadwerkelijke windenergieproductie afnam tussen 2008 en 2012. En dat de afwijking in de voorspelling een uur van te voren veel kleiner is dan 1 of 2 dagen vooruit.

Voorspelling windproductie vooraf Spanje IEA

Het inpassen van grotere hoeveelheden wind- en zonne-energie vraagt meer flexibiliteit van het energiesysteem. IEA schreef recent een rapport dat laat zien hoe variabele energiebronnen als wind en zon kosteneffectief ingepast kunnen worden. Daarover wellicht een andere keer meer. Voor nu volsta ik ermee dat het een broodje aap is dat alle centrales altijd moeten draaien als achtervang voor windenergie.

Jasper Vis is expert op het gebied van duurzame energie en werkt bij Dong Energy. Dit artikel schreef hij op persoonlijke titel. Volg hem ook via Twitter. Dit artikel is met toestemming overgenomen van zijn eigen website

Advertisement

2 comments

  1. Bij een factcheck hoort ook een scherpe conclusie,wat is er beweerd, en klopt dat, en wie zit er fout.
    Een persoon en een redactie, die van Elsevier, in dit geval, beslissen of die beweringen te doen, en zullen dan ook ter verantwoording geroepen moeten worden als de liegen.

    Daarbij moet je ook constateren dat de artikelen zoals in Telegraaf en Elsevier, niet als feitelijke verhalen zijn bedoeld, maar als onderdeel van een propaganda campagne.
    Zoals we in elke oorlogs propaganda zien, is propaganda bedoeld om de lezer in een gewenste richting te sturen.
    Elsevier heet niet voor niets een “opinie” blad.

    Een bekende en veel gebruikte truc in propaganda is zelf een ” feit” verzinnen en dat vervolgens afbranden.
    Syp Wynia fantaseert in zijn Elsevier artikel dat huishoudens tot 1000 EUR gaan betalen aan SDE subsidie opslag.
    Ik dacht dat de berekeningen tot 250 EUR kwamen, Dus een gezin dat 1000 EUR betaalt, verbruikt 4 keer meer dan een gemiddeld gezin. En dat koppelt Syp Wynia dan aan iemand met minimum loon.
    Maar iemand met minimum loon kijkt wel uit om zo veel stroom te verbruiken, Stroomverbruik is een eigen keus, al is het niet gemakkelijk sterk te bezuinigen.

    Ik denk dat in de kringen van Syp Wynia veel wiettelers zitten die thuis een flink aantal lampen op zolder, permanent laten branden.

    Maar windpark bouwers maken zich ook onnodig gevoelig voor dit soort kritiek.
    Als zij hun windparken direct aan stroomverbruikers verkopen, is er veel minder SDE subsidie nodig, Een huishouden kan zijn stukje windpark gemakkelijk van het spaargeld betalen, en heeft dan veel lagere financierings kosten, verreweg de grootste kosten post in de SDE subsidie en van een windpark.
    Een commercieel windpark, wordt betaald met een lening van de bank, die rekent bijv 8% rente.
    Dat wordt vergoed in de SDE subsidie.
    Maar een huishouden krijgt maar 1 % rente op spaargeld, dat zijn de financierings kosten als dat huishouden een eigen stukje windpark koopt. Dus zijn ze veel goedkoper uit.
    Bovendien zouden ze zelfs kunnen kiezen, geen SDE of juist ook nog de SDE subsidie er bij krijgen, incl de vergoeding voor de hoge commerciele rente, terwijl ze die niet betalen.

    Wat ik niet begrijp is dat windpark bouwers dit verschil niet omzetten in een mooi product aanbod voor huishoudens. Door die een aantrekkelijk windenergie product aan te bieden, krijgen ze zichtbaar voordeel, en koop je als windpark bouwer het draagvlak.
    Omdat de windpark bouwer een deel van het windpark direct bij oplevering verkoopt, hoeft hij dat ook niet te financieren. Dus zijn er geen extra kosten. Participatie betaalt zich zelf.

    En als dat windenergie product ook nog als een “stukje windpark” wordt uitgevoerd, kunnen de deelnemers ook nog trots zijn op hun windpark.
    En zijn ze veel weerbaarder tegen de gebruikelijke oorlogs propaganda van Elsevier.
    Zij lachen Syp Wynia dan gewoon uit, hardop, zoals de moet doen bij propaganda.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *