Er is veel mis met voedsel in Nederland, maar hierin lopen we voorop

Gezamenlijk genieten van korte voedselketens. Foto: Sandra van Kampen
Gezamenlijk genieten van korte voedselketens. Foto: Sandra van Kampen
Wat drijft mensen om hun eten rechtstreeks bij de boer te gaan kopen? Of, sterker nog, voor dit doel een collectief te starten? In een korte serie onderzoekt Sandra van Kampen (adjunct-directeur bij Urgenda) deze zomer dit fenomeen. En probeert zij erachter te komen wat maakt dat boer en consument of klant en winkelier elkaar vertrouwen.

Eind september nam ik in Spanje deel aan een internationale conferentie over korte voedselketens. Ik was er op uitnodiging van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV), die weer lid is van Via Campesina, de Europese organisatie die opkomt voor de belangen van kleine boeren. De NAV nam mij mee om eens haarfijn uit de doeken te doen wat zich allemaal in ons land voltrekt aan korte keten-initiatieven. En, eerlijk is eerlijk, met het gevoel dat ik ze wel eens even ging vertellen hoe het zat, stapte ik in het vliegtuig.

Ik leerde al snel dat de werkelijkheid wat complexer in elkaar zit. Wat ik trof was een bont gezelschap van veelal jonge boeren uit Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Engeland, Ierland, Noorwegen, België en Spanje. Een paar dingen hadden ze allemaal gemeen: 1) een diep geworteld besef dat de macht in de voedselketen oneerlijk is verdeeld, 2) dat alle supermarkten boeven zijn en 3) dat de Europese hygiëneregels ertoe dienen dat de voedingsindustrie steeds machtiger wordt en de toegang tot de markt steeds moeilijker voor kleine boeren. Dit kan maar tot één conclusie leiden: we gaan onze afzetmarkten zelf organiseren. Om dit te onderstrepen stapten we in de bus op weg naar een Galicische boer die even boven Santiago de Compostella zijn bedrijf gevestigd had.

Een paar jaar geleden was hij begonnen melkvee te houden in een heuvelachtige streek die zich niet leent voor grootschaligheid, omdat de machines het land niet kunnen bewerken. Stap voor stap had hij zijn huidige bedrijfsvorm gerealiseerd. Met 30 grasgevoerde koeien was hij van niets en niemand afhankelijk. En kon hij niet alleen zichzelf en zijn gezin onderhouden, maar had hij ook nog eens twee mensen in dienst. Zijn geheim? Alles zelf doen. En het belang van zijn klanten voorop stellen. Zijn rauwe melk verkocht hij via internet, grotendeels aan mensen die om gezondheidsredenen de voorkeur hadden voor deze melk. Van wat hij wekelijks overhield maakte hij kaas. “Nog nooit heeft een klant zijn rekening niet betaald”, vertelde hij trots. “En nog nooit ben ik één klant kwijt geraakt”.

Hoe anders is het beeld van Nederland dat in de loop van een paar dagen kreeg voorgeschoteld, gezien door de ogen van deze kleurrijke zelfstandige boeren. “Wel fijn hoor, dat jullie ons koffie en specerijen hebben gebracht”, meldde mij een Franse kippenhoudster. “Maar feitelijk zijn jullie nog steeds kolonialistisch bezig, met jullie drang om de Europese markten te veroveren. En gebruiken jullie met jullie glastuinbouw achterlijke hoeveelheden fossiele energie.” Oeps. Nederland als koloniaal land die met hun goedkope maar met veel vervuilende energie geproduceerde paprika’s, komkommers en tomaten kleine boeren elders in Europa de markt uit drukt? Eventjes had ik helemaal niet meer het gevoel dat ik hen iets te vertellen had. En was ik tamelijk ongelukkig met mijn Nederlanderschap.

Totdat ik mij realiseerde dat Nederland op één vlak misschien weer voorop kan lopen de goede kant op. Dat wij – in tegenstelling tot andere landen – een groeiende beweging van kritische consumenten hebben, die steeds vaker het initiatief neemt hun boodschappen niet meer in de supermarkt te doen. Die het helemaal gehad heeft met de voedselschandalen, de praatjes van de grootschalige industrie. Die echt en gezond wil eten wil en dat zelf bij de boer gaat halen. Dan wel lid wordt van een collectief om dit wat efficiënter te kunnen organiseren. Terwijl in de ons omringende landen het initiatief nog vaak bij de kleine boer ligt die veel moeite moet doen om zijn spullen aan de man te brengen.

Toen ik dit verhaal presenteerde met veel actuele voorbeelden op de slotdag van de conferentie, kreeg ik warm applaus en kwamen mensen na afloop opgetogen naar mij toe. Voor eventjes had ik de eer van ons land weten te redden. En hen weten te inspireren met een verhaal van hoop op een groeiende beweging van mensen die het anders wil. Maar nu moeten we wel doorpakken de komende jaren en laten zien dat we geleerd hebben van onze fouten uit het verleden. Dat we ook groots kunnen zijn in het kleine.

Lees ook
Rio de Bio maakt consument zelf verantwoordelijk voor lokale voedselvoorziening
Het nieuwe voedselcollectief: Consument is baas van eigen boerderij
Vertrouwen is nodig voor een gezonde voedselketen

Advertisement

One comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *