Eet je te weinig groente? Het is de schuld van de voedingsindustrie

DE GROE(N)TEN VAN SANDRA

Twee ons groenten eten op een dag: slechts 5% van alle volwassenen redt dit. Traditionele voorlichtingscampagnes hebben nauwelijks effect. Wat werkt wel? Betere marketing? Ingrijpen van de overheid? Groentepillen? De komende weken ga ik op deze plek op onderzoek uit. Op het Groentecongres op 26 maart in Rotterdam presenteer ik mijn bevindingen.

Foto: Moestuincoach
Foto: Moestuincoach

Ik behoor tot een uitstervend ras. Zolang ik mij kan herinneren, is groente eten voor mij een soort levensbehoefte. Met gemak haal ik dus de aanbevolen hoeveelheid en soms wel het dubbele. Sterker nog, als ik een aantal dagen weinig tot geen groente eet, krijg ik een heel slecht humeur. Als kind al lustte ik spruitjes en witlof. En dat in een tijd – ik spreek over de jaren ’70 – dat ze heel wat bitterder waren dan nu. Het is overduidelijk dat ik niet de gemiddelde consument ben.

Verantwoordelijkheid groente eten

Wie is er verantwoordelijk voor dat we voldoende groente eten? Grappig genoeg wijst de ‘gemiddelde consument’ vooral naar zichzelf als hem daarnaar gevraagd wordt. Vooruit, de supermarkt, de familie en de horeca mogen er ook een schepje bovenop doen. ‘Groente is gedoe,’ geeft men als voornaamste reden op om er keer op keer niet voor te kiezen. Dat we hierin niet kunnen berusten wordt ook steeds duidelijker. De zorgkosten rijzen de pan uit, obesitas en diabetes nemen schrikbarende vormen aan. Daarnaast heeft het milieu ernstig te lijden onder de hoeveelheid vlees en zuivel die we wél consumeren. Tijd dus voor een grootscheeps groente-offensief.

De groentematerie begrijpen

Biologische landbouw kan de wereld voeden. Foto: thebittenword.com, Flickr
Foto: thebittenword.com, Flickr

Om te snappen hoe we het groentetij kunnen keren, duik ik eerst nog even iets dieper in de materie. Berdien Siere, dochter van een groenteman en bedenker van het concept Kleur op je Bord, is een van de koks met wie ik al jaren samenwerk. Hoewel chefs als Niven Kunz, Jonnie Boer, Angelique Schmeinck en restaurant De Kas het goede voorbeeld proberen te geven door te werken met groenten en smaak, blijft er een kloof tussen de horeca-praktijk en de realiteit in de doorsnee keuken. Hoe denkt zij dat dat komt? “Het is oorlog om op het bord te komen”, meent Siere, “en die wordt verloren door groente. Er is in Nederland heel veel aandacht voor dierlijke producten, voor granen, voor suiker. Daar zitten grote financiële belangen achter van de industrie en de consument wordt daar in hoge mate door beïnvloed.”

Okay, een soort complot dus, een samenzwering om ons andere dingen te laten eten dat wat het meest gezond voor ons is? Maar wij zijn toch verantwoordelijke mensen, wij kunnen toch zelf wel bepalen wat wij eten? Siere: “Kijk naar het verkeer. Ik verbaas me erover dat er relatief zo weinig ongelukken gebeuren. Als er problemen zijn, dan komt er een leuke oplossing waar iedereen beter van wordt. Regelgeving stuit dan nauwelijks op problemen. Autogordels om, fietsers van rechts: met grootschalige campagnes hebben we dat allemaal heel netjes georganiseerd. Problemen in ons voedingssysteem worden niet zo makkelijk erkend. Waarom niet groot de voedingswaarde van een aardappel of een appel communiceren?”

Overdaad aan keuzes schaadt

Siere denkt ook dat het beter werkt om mensen iets minder keuze te bieden. Supermarkten willen vooral véél van iets verkopen. De consument ziet in de gemiddelde winkel door de bomen het bos niet meer. “Wat is het succes van Willem & Drees en Hello Fresh? Zij selecteren voor de eindgebruiker en letten op voedingswaarde, versheid, smaak en gezondheid. Er komt geen rotzooi in die boxen. Een recept met maar vijf ingrediënten, zoals bijvoorbeeld Marqt heel consequent doet, werkt veel beter.”

Kwestie van verantwoordelijkheid nemen

Interessant. De consument meent dat hij zelf verantwoordelijk is. Maar als je het tij zou willen keren, moet je met grof geschut aan komen zetten waardoor je een stukje van die verantwoordelijkheid weer terugpakt. Reguleren, minder keuze bieden: ik voel er wel wat voor. Zeker nadat ik de TV-uitzending van de Monitor heb gezien, waarin Teun van de Keuken genadeloos blootlegt hoe kinderen via slinkse marketing in de winkel en via verpakkingen worden getriggerd om snoep te kopen. “Eigen verantwoordelijkheid van de ouders”, zegt de baas van de levensmiddelenindustrie desgevraagd. “Wij doen niks wat niet mag van de wet”. Zo lust ik er nog wel een paar. De hele dag worden wij geprikkeld zoet, vet en bewerkt voedsel te kopen. Via allerlei trucs worden consumenten verleid vooral géén groente en fruit te eten. De groente- en fruitsector moet het doen met een marketingbudget dat een schijntje is in vergelijking met dat van de snoep- en frisdrankenindustrie. Misschien moeten we deze strijd inderdaad als een oorlog beschouwen en grootschalige marketing voor gezond voedsel niet schuwen. Daar kom ik volgende week op terug. Maar ik denk dat we ook als consumenten ons recht op een gezonde wereld die niet gedomineerd wordt door de voedingsmiddelenindustrie moeten opeisen. Een rechtszaak? Het Malieveld? Ik zeg: Amandla!

Sandra van Kampen is transitie-expert en oprichter van De schaal van Kampen.

Advertisement

6 comments

  1. Ik vind dat er veel te weinig verschillende groente te vinden zijn in de winkel. Het is altijd hetzelfde. Er is ook totaal niet meer duidelijk welke groente in het seisoen zijn. Tegenwoordig zijn er heel het jaar door zijn er bijvoorbeeld boontjes te vinden. Laten we tegug gaan naar echte seisoensgebonde groente. Dan ga je dat boontje in de zomer ook echt wat meer waarderen.

  2. Maar Saskia H, als we terugkeren naar seizoensgebonden groente (en daar ben ik voorstander van!) dan betekent dat eerder dat er nog minder verschillende groenten in de winkels te vinden zullen zijn! Dat vind ik geen probleem, het betekent alleen dat we creatiever met recepten om moeten gaan. Maar paprika’s, tomaten, komkommers, boontjes etc zul je dan in de winter niet meer kunnen kopen.

    1. Ook ik ben voorstander van seizoensgebonden groenten en fruit uit eigen klimaat en omgeving en er zal genoeg verschillende groenten te vinden zijn, zeker als er weer ouderwetse rassen van de gewassen aangeboden kunnen worden , dat zou de keuze in diversiteit en variatie goed doen. Nu is het bijna alles “eenheidsworst” dat de klok slaat en ook dat vind ik een aanfluiting in “voedselland”. Ik ben al een bijna bejaarde vrouw, maar een dochter van een tuinder en weet wat er zoal verloren is gegaan, ook aan geuren en smaken. Ook dat is een punt: waarom ruikt het fruit en de groente niet meer zoals vroeger? Het smaakt en ruikt over het algemeen minder; een hele verarming.

  3. Er is meer nodig dan seizoensvoedsel. Mensen moeten werken zodat ze behoorlijk honger krijgen. Dan is er ook minder behoefte aan al die liflaf-receptjes om het maar binnen te krijgen. Er is uiteraard nog veel meer verandering nodig, maar daar zijn mensen in het algemeen niet toe in staat om dat te bereiken. Jammer, maar dat is nu eenmaal zo.

  4. Restaurants hebben een voorbeeld functie, dus begin bij de koks.
    Een menu moet weer de naam krijgen van de groente.
    Als we vroeger thuis kwamen van school, vroegen we altijd: mam wat eten we vandaag?
    Antwoord: sla, worteltjes, boontjes, spruitjes, bloemkool, enz., enz.
    Dus je werd gehersenspoeld om groente te eten. Nu is dit dus vlees.
    Bovendien kwam alles min of meer vers van het land en werd niet “bewerkt”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *