De jacht op ‘het groene goud’: zeewier is dé nieuwe biobrandstof

De boerderij van de toekomst bevindt zich onder water. Zeewierfarms gaan in de toekomst mogelijkerwijs een grote rol spelen in de duurzame productie van brandstof. ‘Het groene goud’, zo wordt zeewier zelfs genoemd. Want willen we echt werk maken van biobrandstoffen, dan is het gebruik van zeewier onvermijdelijk, blijkt uit verschillende rapporten. De technologie en de potentie is er. Nu is het alleen nog wachten op de eerste zeewierfarms. Is de onderwaterplant echt zo beloftevol?

Net zoals een kampvuur warmte en licht afgeeft, komt bij de verbranding of vergisting van andere vormen van biomassa energie vrij. Dat geldt dus ook voor ziewier. Zo kan het gas dat vrijkomt bij de compostering van zeewier worden opgevangen, waarvan vervolgens bruikbaar biogas kan worden gemaakt.

Een belangrijk kritiekpunt op de productie van biobrandstoffen is dat het concurreert met voedselvoorziening. Voor zeewier gaat dat argument nauwelijks op. Zeewier is zogeheten aquatische biomassa: plantaardige energie onder het wateroppervlak, net als bijvoorbeeld algen. De kweek van zeewier verspilt daardoor geen kostbare landbouwgrond. Bovendien wordt zeewier (nog) niet voor grootschalige menselijke consumptie gebruikt, en botst het gebruik voor biobrandstof dus niet met de voedselproductie.

Zeewiermatten

Afgelopen jaar is de potentie van zeewier ook wetenschappelijk onderbouwd. In april verscheen een rapport van adviesbureau DNV GL, waarin de mogelijke opbrengst van verschillende biobrandstof-bronnen in kaart werd gebracht. In 2035 kan in totaal 203 petajoule (PJ) aan biogas beschikbaar zijn, becijferde het bureau. Daarvan zou 53 PJ afkomstig kunnen zijn van aquatische biomassa als algen en zeewier. Daarmee houdt DVN GL de schatting nog voorzichtig. Een jaar eerder raamde het Energieonderzoek Centrum Nederland dat, wanneer een tiende van de Nederlandse Noordzee voor zeewierteelt wordt gebruikt, maar liefst 350 PJ aan energie kan worden geoogst. Dat is meer dan de volledige bijdrage van windmolens.

Hoe zou zo’n zeewierfarm eruit moeten zien? De meest voor de hand liggende locatie zou bij al bestaande windmolenparken zijn. Het zeewier groeit op speciaal ontworpen matten, die tussen de 1 en 3 meter diepte worden gehangen. Bij een windmolenpark kunnen deze matten tussen de molens worden gehangen, waardoor er geen ingewikkelde constructies onder water hoeven te worden gebouwd. Het zeewier zou met schepen kunnen worden geoogst en naar land gebracht, waar het in een fabriek wordt vergast of vergist om energie te winnen.

Vergezicht

Er is alleen nog één probleem: de zeewierfarms bestaan nog niet. Bij het uitkomen van het DVN GL-rapport riepen opdrachtgevers Gasunie en Natuur & Milieu de regering op een grootschalig innovatieprogramma te starten naar de zeewierproductie. Er is immers nog één en ander onduidelijk aan de productie. Zo is het onduidelijk hoe een zeewierfarm de beschikbaarheid van voedingsstoffen in zeewater beïnvloedt, vertelde energiewetenschapper André Faaij van de Rijksuniversiteit Groningen aan de Volkskrant. Ook noemt hij het onder controle houden van ziekten in het zeewier een aandachtspunt, net zoals bij de grootschalige teelt van kweekzalm.

Dus vóór zeewier echt een wezenlijke bijdrage zal leveren, zijn we een heel aantal jaar verder. In 2035 zorgt zeewier wellicht voor een grote hoeveelheid schone biobrandstof. Tot die tijd is het niet meer dan een aantrekkelijk vergezicht.

Lees ook: Bier als brandstof en Zeven toepassingen voor zeewier

Advertisement

One comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *