In vijf stappen naar je eigen tiny house

Twee jaar geleden ging ze als eerste in Nederland in een tiny house wonen: Marjolein in ‘t Klein. Nu staan er bijna 100 tiny houses in ons land en groeit de interesse nog steeds. Daarom besloot Marjolein samen met Monique van Orden, voorzitter van stichting Tiny House Nederland,  een online cursus te ontwikkelen. In tien lessen leer je door middel van filmpjes, animaties, lijstjes, opdrachten en denkoefeningen hoe je je eigen tiny house kan realiseren en wat daar allemaal bij komt kijken. Van ontspullen tot de financiering en van regelgeving tot aan het bouwen en ontwerpen van je kleine huis. Per jaar worden vier meet-ups georganiseerd waar cursisten hun ideeën en ervaringen kunnen uitwisselen.

Voor hetkanWEL geeft Marjolein alvast een klein voorzetje van de cursus: in vijf stappen naar je eigen tiny house.

1. Ga onderzoek doen

Het is belangrijk om er voor jezelf achter te komen óf je dit wel echt wil en waarom je het wil. Dit kan je doen door bijvoorbeeld naar tiny houses te gaan kijken of eens een weekend in een tiny house te verblijven. Sommige mensen komen tot de conclusie dat ze iets anders willen qua wonen en leefstijl, maar dat een tiny house het toch niet helemaal is. Anderen zijn helemaal om en willen graag in een tiny house wonen. Als dat zo is, volgen nog vragen als: wil ik mijn eigen huis bouwen en ontwerpen of wil ik een zogenaamde cataloguswoning kopen? Wil ik off the grid of niet? Hoe belangrijk is de plek waar het tiny house staat? Deze fase bestaat vooral uit dit soort denkoefeningen.

Foto: Alef Starreveld

2. Financiering

Je moet gaan bedenken hoeveel geld je nodig hebt voor je tiny house en hoe je dat gaat financieren. Als je je tiny house op wielen gaat bouwen, is een hypotheek bijvoorbeeld geen optie. Dan moet je het op een andere manier financieren. Sommigen hebben genoeg overwaarde op hun huidige huis of hebben genoeg geld gespaard, maar de meesten doen aan crowd lending. Dan lenen ze bij verschillende mensen in hun eigen omgeving geld, dat ze later terug betalen tegen een kleine rente. Als je een ‘vast’ tiny house hebt, dat dus niet zomaar te verplaatsen is, kan je eventueel ook een groene hypotheek krijgen bij de bank.

3. Plek zoeken

Zodra je weet dat je je tiny house kan financieren, moet je meteen contact zoeken met de gemeente. Het is makkelijker om dat met een groep te doen dan alleen: samen sta je sterk. Op de site van Tiny House Nederland vind je een lijst met initiatiefgroepen waar je je eventueel bij kan aansluiten. Als je samen met zo’n initiatiefgroep met een gedegen plan aanklopt bij de gemeente, is dat heel aantrekkelijk voor ze. Ze hoeven dan niet meer het wiel uit te vinden en tiny houses maakt een gemeente tegenwoordig ook heel hip. Zo heeft Delft net weer een nieuwe plek aangewezen voor tiny houses, omdat ze steeds meer telefoontjes kregen van mensen die dat willen. Op de site van Tiny House Nederland vind je een kaart met een overzicht van gemeenten die plannen aan het ontwikkelen zijn.

Foto: BlueMonque

4. Ontwerper/bouwer zoeken

Als je niet zelf gaat ontwerpen of bouwen, moet je op zoek naar iemand. Op de site van Tiny House Nederland vind je ook hiervan een lijst of je zoekt op TinyFindy.  Veel ontwerpers ‘doen’ een tiny house erbij, maar vinden het zo leuk dat ze het steeds meer gaan doen. Het is natuurlijk echt een uitdaging om creatief te zijn: je gebruikt andere materialen dan normaal en werkt met een klein oppervlakte waar alles zo efficiënt mogelijk moet zijn. Bovendien maak je niet alleen het huis, maar vaak ook de inrichting. Omdat alles klein is, is het heel behapbaar voor een bouwer en ontwerper.

5. Onspullen

Voordat je gaat verhuizen, moet je je spullen minimaal halveren. Marjolein zelf heeft zo’n 80% van haar spullen weg gedaan. “Ik had een huis met 3 slaapkamers, een zolder en een schuur. Ik mis nog steeds niks van wat ik heb weg gedaan,” vertelt ze.  “We bewaren vaak alles, omdat we er de ruimte voor hebben. We willen de keuze eigenlijk niet maken, want keuzes maken is moeilijk. Maar als al die spullen eenmaal op zolder liggen, kijk je er nooit meer naar. Je hoeft natuurlijk niet alles weg te doen, maar eigenlijk moet je alleen houden waar je echt warm van wordt.  Zo hoef je bijvoorbeeld niet 40 kindertekeningen te bewaren: het mogen er ook vijf zijn.” Meer tips over minimaliseren, lees je hier.

Advertisement

2 comments

  1. Laten we het écht eens goed gaan doen maar dan wel op zo veel mogelijk vlakken.
    Bijvoorbeeld door niet meer te praten in modieuze trend begrippen die vaak ontleend zijn aan het land wat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede en waar verspilling en misbruik het landspredicaat schijnt te zijn.
    Het land wat overal plundert en vervuild op onvoorstelbare wijze en wat hun nationale munt qua tegenwaarde heeft gekoppeld aan de roof van olie, gas en andere koolwaterstoffen.
    Laten we als oeroud Europees land eens wat meer zelfrespect koesteren en stoppen met de taalvervuiling met het amerikaanse accent!
    Heet zo’n ding niet gewoon, ‘ klein huisje ‘??

  2. Nee, hutje.
    Die hutjes zijn al lang voorbij. Ze worden steeds groter, ook gelijkvloerser en zijn nu meer een stacaravan met van alles erop en eraan en erin. Is dat het ideale wonen? Tuinhuizen en boerenschuren worden aangeboden om er zelf een vrij primitieve kleine woning van te maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *